Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.De procedure in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het hoger beroep
5.De motivering van de beslissing
criminal charge.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De zaak betreft de vraag of de ondertoezichtstelling van een minderjarige, ingesteld door de kinderrechter Noord-Holland, locatie [plaats B], gehandhaafd moet blijven. De moeder is tegen de ondertoezichtstelling in hoger beroep gekomen en verzoekt deze te beëindigen. De raad voor de Kinderbescherming steunt de oorspronkelijke beslissing.
De feiten tonen dat de minderjarige in het verleden ernstig in zijn ontwikkeling werd bedreigd, onder meer door meldingen van huiselijk geweld en vermoedens van middelengebruik door de moeder. Een incident in november 2023 leidde tot een crisisplaatsing in een pleeggezin. De moeder werkte aanvankelijk onvoldoende mee aan hulpverlening en hield afspraken niet altijd na.
Het hof oordeelt dat ten tijde van de bestreden beschikking de wettelijke vereisten voor ondertoezichtstelling aanwezig waren. Echter, op het moment van het hoger beroep is de situatie verbeterd: de minderjarige gaat nu regelmatig naar school, er zijn geen nieuwe incidenten en de moeder werkt mee aan hulpverlening. De ondertoezichtstelling wordt daarom beëindigd met ingang van het moment van uitspraak, maar bekrachtigd voor de periode daarvoor.
Het hof benadrukt het belang van regelmatige schoolgang voor de ontwikkeling van de minderjarige en spoort de moeder aan dit te waarborgen. De beschikking wordt vernietigd voor de toekomst en bekrachtigd voor het verleden.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling wordt bekrachtigd tot 6 augustus 2024 en daarna beëindigd wegens het ontbreken van een ernstige bedreiging.