ECLI:NL:GHAMS:2024:2487
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gezag moeder over minderjarige en aanhouding beslissing omgang
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de beëindiging van haar gezag over haar dochter, geboren in 2017, en de omgangsregeling tussen hen beiden. De moeder is veroordeeld voor een poging tot doodslag op haar dochter en sindsdien is de dochter onder toezicht gesteld en geplaatst bij een pleegmoeder, waar zij een stabiele en veilige omgeving heeft.
De rechtbank had het gezag van de moeder beëindigd en de omgangsregeling afgewezen. De moeder betoogde dat zij het gezag mocht behouden en dat een omgangsregeling in het belang van het kind is. De raad en de gecertificeerde instelling (GI) stelden dat het gezag terecht is beëindigd vanwege ernstige bedreiging van de ontwikkeling van het kind en dat de omgang niet duurzaam kan worden vastgesteld zolang de moeder niet open is over haar behandeltraject.
Het hof oordeelt dat het gezag terecht is beëindigd omdat het opvoedperspectief bij de pleegmoeder ligt en de moeder niet binnen een aanvaardbare termijn de zorg kan dragen. De beslissing over omgang wordt aangehouden tot 10 november 2024, in afwachting van een gesprek tussen de moeder, GI en hulpverleners over contactherstel. Het hof benadrukt dat de moeder een belangrijke rol kan blijven spelen, ondanks het verlies van het gezag.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het gezag van de moeder en houdt de beslissing over omgang aan tot nader overleg.