De zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die een omgangsregeling en informatieregeling over zijn minderjarige kind heeft vastgesteld, waarbij de moeder het gezag alleen uitoefent. De vader verzocht om gezamenlijk gezag, uitbreiding van de omgangsregeling, wijziging van overdrachtplaats, uitbreiding van de informatieregeling en oplegging van een dwangsom.
Het hof overweegt dat gezamenlijk gezag het uitgangspunt is, maar dat de ouders onvoldoende in staat zijn tot samenwerking en communicatie, wat een aanzienlijk risico op klem- of verloren raken van het kind inhoudt. Daarom wijst het hof het verzoek tot gezamenlijk gezag af. De omgangsregeling wordt niet uitgebreid omdat dit niet in het belang van het jonge kind is, en de plaats van overdracht blijft ongewijzigd.
De informatieregeling wordt bekrachtigd en uitgebreid met de verplichting voor de moeder om de gegevens van de ziektekostenverzekering aan de vader te verstrekken. Een dwangsom wordt niet opgelegd wegens gebrek aan aanwijzingen dat de moeder de regeling niet zal naleven. De vakantieverdeling wordt vastgelegd met een concrete verdeling van de zomervakantie en de overige schoolvakanties worden gelijk verdeeld in onderling overleg. Verzoeken tot uitbreiding van omgang op verjaardagen worden afgewezen, maar telefonisch contact wordt wel toegestaan.
Deze beslissing beoogt het belang van het kind te waarborgen door structuur en regelmaat te bieden, en de communicatie tussen ouders te stimuleren via begeleiding.