ECLI:NL:GHAMS:2024:2536
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewind en mentorschap voor kwetsbare meerderjarige ondanks verzoek opheffing
De zaak betreft het hoger beroep tegen twee beschikkingen van de kantonrechter Amsterdam waarbij de goederen van de betrokkene onder bewind zijn gesteld en een mentorschap is ingesteld, met benoeming van [X] als bewindvoerder en mentor. De betrokkene verzocht om opheffing van deze maatregelen of om haar moeder als mentor te benoemen.
Het hof overwoog dat de betrokkene, geboren in 1997, een kwetsbare positie heeft vanwege haar geestelijke en lichamelijke toestand, waarbij sprake is van vermoedelijke psychiatrische problematiek en een licht verstandelijke beperking. Ondanks haar eigen wens tot zelfstandigheid en het starten van een onderneming, is er sprake van overlastsituaties en vermijding van hulp, wat de noodzaak van bewind en mentorschap onderstreept.
De mentor en [Z] Zorg bevestigden de noodzaak van voortzetting van de maatregelen. De moeder van de betrokkene was niet aanwezig en er zijn gegronde redenen die zich verzetten tegen haar benoeming als mentor. Het hof concludeerde dat het bewind en mentorschap noodzakelijk en passend zijn en dat opheffing op dit moment niet aan de orde is.
Daarom werden de bestreden beschikkingen bekrachtigd en het verzoek tot opheffing en benoeming van de moeder als mentor afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bewind en mentorschap en wijst het verzoek tot opheffing en benoeming van de moeder als mentor af.