ECLI:NL:GHAMS:2024:2552
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie: draagkracht moeder op basis van minimumloon en draagkracht vader op inkomen 2023
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over de hoogte van kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen. De moeder verzocht om een hogere alimentatie op basis van het hogere inkomen van de vader dan aanvankelijk aangenomen, terwijl de vader instemde met de beschikking van de rechtbank.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de vader op basis van zijn inkomen in 2023, inclusief huurinkomsten, en stelde vast dat dit hoger was dan het gezinsinkomen voor de scheiding. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op basis van een verdiencapaciteit van 24 uur per week tegen het minimumloon, omdat zij al lange tijd niet in loondienst werkt en het niet redelijk is het uurloon van de vader als uitgangspunt te nemen.
De behoefte van de kinderen werd berekend op basis van het hogere inkomen van de vader, met toepassing van zorgkortingen van 15% voor de oudste en 25% voor de jongste. Het hof vernietigde de bestreden beschikking en legde een nieuwe alimentatie vast van € 277,- respectievelijk € 239,- per maand, ingaande 28 juni 2023.
Uitkomst: De vader moet vanaf 28 juni 2023 € 277,- per maand voor de oudste en € 239,- per maand voor de jongste kind betalen aan kinderalimentatie.