ECLI:NL:GHAMS:2024:2553
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie met woonlandfactor en particuliere schoolkosten in Suriname
In deze zaak staat de kinderalimentatie voor twee minderjarige kinderen centraal, die met hun moeder in Suriname wonen. De rechtbank had eerder bepaald dat de vader €150 per maand aan kinderalimentatie moest betalen, gebaseerd op een lagere Surinaamse levensstandaard. De moeder ging in hoger beroep en stelde dat de kosten in Suriname gelijk of hoger zijn dan in Nederland, mede door particuliere schoolkosten.
Het hof heeft het inkomen van de vader in 2023 als uitgangspunt genomen en de behoefte van de kinderen berekend volgens Nederlandse maatstaven, waarna deze is omgerekend met de woonlandfactor van 40% voor Suriname. Daarbij zijn de extra kosten voor het particuliere onderwijs meegenomen. De moeder heeft onvoldoende inzicht gegeven in haar inkomen, maar het hof heeft op basis van eerdere gezinsverhoudingen bepaald dat zij een derde van het eigen aandeel moet dragen.
Het hof heeft de kinderalimentatie voor de periode 20 april 2023 tot 1 oktober 2023 vastgesteld op €127 per maand voor het jongste kind en €244 voor het oudste kind, en vanaf 1 oktober 2023 op €250 per kind per maand. De beschikking van de rechtbank wordt vernietigd en vervangen door deze nieuwe regeling, die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.
Uitkomst: De vader moet vanaf 20 april 2023 tot 1 oktober 2023 €127 en €244 per maand betalen voor de kinderen en vanaf 1 oktober 2023 €250 per kind per maand.