Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.De zaak in het kort
2.Verder verloop van het geding in hoger beroep
3.Verdere beoordeling
:
:
Wanneer tussen vennootschappen een verticale verhouding bestaat, zoals tussen een opdrachtgever en zijn agent of tussenpersoon, gelden, ter beantwoording van de vraag of er een economische eenheid bestaat, hoofdzakelijk de twee volgende criteria: draagt de tussenpersoon al dan niet een economisch risico, en hebben de door de tussenpersoon verrichte diensten al dan niet een exclusief karakter.
je bent de grootste oplichter van Nederland. Je speelt weer theater en allerlei onzin ben je aan het schrijven. Heel reissector weet dat je een onbetrouwbare hond bent en niemand wil[t] met je zakendoen.” Dit dateert van een ander moment, maar wijst in elk geval niet in de richting van een onderling afgestemde gedraging.