Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Geldigheid van de dagvaarding in hoger beroep
[adres 1], omdat hiervan de akte van betekening ontbreekt.
Gerechtshof Amsterdam
In deze strafzaak is hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland. De verdachte is niet verschenen op de terechtzitting in hoger beroep van 6 juni 2024.
De verdediging voerde aan dat de dagvaarding niet rechtsgeldig was betekend, omdat deze niet op de juiste wijze was uitgereikt. Het hof onderzocht de betekening en constateerde dat de dagvaarding weliswaar was verzonden naar een bekend buitenlands adres en een in het Portugees vertaalde versie was toegezonden, maar dat niet kon worden vastgesteld dat de dagvaarding ook naar het in een eerder arrest vermelde adres was verzonden.
Op grond van artikel 36e, derde lid, Wetboek van Strafvordering, dient de dagvaarding in hoger beroep aan een verdachte zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland te worden betekend door toezending naar een buitenlands adres, eventueel via bevoegde buitenlandse autoriteiten. Omdat niet aan deze vereisten was voldaan, oordeelt het hof dat de dagvaarding nietig is. Het hof verklaart de dagvaarding in hoger beroep nietig en het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens niet-naleving van de wettelijke betekeningseisen.