ZigZac en [bedrijf] sloten in 2019 een distributieovereenkomst voor een zitkussen met interne opblaaspomp, waarbij [bedrijf] exclusiviteit kreeg in de EU. Na problemen met productkwaliteit en restvoorraden bij de voorganger Toi Toys, ontbond [bedrijf] de overeenkomst in 2021. ZigZac ontbond hierop eveneens de overeenkomst.
De curator van [bedrijf] vorderde terugbetaling van licentievergoedingen en schadevergoeding, stellende dat ZigZac tekort was geschoten en exclusiviteit had geschonden. De rechtbank wees deze vorderingen af en verklaarde de ontbinding door ZigZac rechtsgeldig.
In hoger beroep voerde de curator meerdere grieven aan, onder meer over schending exclusiviteit en productontwerp. Het hof oordeelde dat ZigZac niet aan derden in de EU had geleverd en dat [bedrijf] wist dat het product een prototype was met nog op te lossen gebreken. De curator mocht geen andere verwachtingen hebben. Er was geen tekortkoming of dwaling, zodat het vonnis werd bekrachtigd en de curator in de proceskosten werd veroordeeld.