ECLI:NL:GHAMS:2024:281

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
8 februari 2024
Publicatiedatum
8 februari 2024
Zaaknummer
23-000176-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 27 SrArt. 422 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen veroordeling voor meerdere winkeldiefstallen met geweld en belediging politie

Het gerechtshof Amsterdam behandelde het hoger beroep van een verdachte die door de politierechter was veroordeeld voor meerdere winkeldiefstallen, waaronder één met bedreiging met geweld, vernielingen en het beledigen van een politieambtenaar in functie.

De verdachte was wegens medische redenen verhinderd aanwezig te zijn bij de zitting, waarop het hof het verzoek tot aanhouding op voorwaarde behandelde dat de verdachte alsnog kon verschijnen indien het hof neigde tot een straf met hernieuwde vrijheidsbeneming. Deze voorwaarde werd niet vervuld, waardoor het hof geen aanhouding nodig achtte.

Het hof bevestigde het vonnis van de politierechter behalve ten aanzien van de strafoplegging. De opgelegde straf werd gewijzigd naar 80 dagen gevangenisstraf, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, zonder bijzondere voorwaarden. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.

Het hof motiveerde de straf door de ernst van de feiten, waaronder vijf winkeldiefstallen, bedreiging met een puntig voorwerp, vernielingen en belediging van een politieambtenaar. De straf is deels voorwaardelijk opgelegd om de verdachte aan te sporen tot gedragsverbetering, mede gezien een lopende strafzaak tegen hem.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot 80 dagen gevangenisstraf, waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-000176-23
datum uitspraak: 8 februari 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigde raadsvrouw)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 4 januari 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 13-316898-22 en 13-235556-22 en 13-247571-22 en 13-278354-22 en 13-286102-22 en 13-306828-22 en 13-326038-22 tegen
[verdachte01],
geboren te [geboorteplaats01] ( [geboorteland01] ) op [geboortedatum01] 1982,
adres: [adres01] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 25 januari 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door de raadsvrouw naar voren is gebracht.

Voorwaardelijk verzoek

De verdachte is door de politierechter veroordeeld voor een aantal strafbare feiten. Het hoger beroep is gericht tegen de opgelegde straf, die meebrengt dat de verdachte nog een aantal dagen terug zou moeten naar de gevangenis.
Ter terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw meegedeeld dat de verdachte om medische redenen verhinderd was te verschijnen. Zij heeft verzocht de behandeling van de zaak aan te houden, zodat de verdachte ter terechtzitting aanwezig kon zijn.
Het hof heeft voorgesteld om het verzoek op te vatten als een voorwaardelijk verzoek, met dien verstande dat, als het hof in raadkamer neigt naar oplegging van een straf die hernieuwde vrijheidsbeneming meebrengt, een tussenarrest wordt gewezen, zodat de verdachte alsnog ter terechtzitting kan verschijnen.
De raadsvrouw en de advocaat-generaal zijn met dat voorstel akkoord gegaan. Uit de beslissingen in dit arrest volgt dat de voorwaarde waaronder het verzoek is gedaan niet is vervuld, zodat daarop geen beslissing meer nodig is.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen, na het eventueel instellen van beroep in cassatie, uitgewerkt zal opnemen in de op te maken aanvulling op dit arrest, en artikel 63 Wetboek Pro van Strafrecht toevoegt aan de toepasselijke wetsartikelen.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden met aftrek van voorarrest waarvan 2 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren en met daaraan verbonden bijzondere voorwaarden, zoals nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 80 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Voorts heeft zij gevorderd dat het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte zal worden opgeheven.
De raadsvrouw heeft zich gerefereerd aan de eis van de advocaat-generaal.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan vijf winkeldiefstallen, waarvan één met bedreiging met geweld. Winkeldiefstal is een ergerlijk feit dat veel hinder, overlast en materiële schade bij de gedupeerde ondernemers veroorzaakt. Daarnaast heeft de verdachte, door met een puntig voorwerp een winkelmedewerker te bedreigen, deze persoon angst aangejaagd. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan een tweetal vernielingen, waarmee hij financiële schade heeft berokkend aan de rechthebbenden. Tot slot heeft verdachte een politieambtenaar in functie beledigd. Hij heeft hiermee een kwalijk gebrek aan eerbied en respect voor het openbaar gezag getoond.
Op dit samenstel van strafbare feiten past als reactie de oplegging van een gevangenisstraf.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep heeft de raadsvrouw naar voren gebracht dat de verdachte inmiddels verdachte is in een andere strafzaak, waarin als voorwaarden voor de schorsing van de voorlopige hechtenis dezelfde bijzondere voorwaarden zijn bepaald, als in de onderhavige strafzaak door de politierechter zijn gesteld. In die ontwikkeling, waarmee de politierechter nog niet bekend kon zijn, ziet het hof reden om geen bijzondere voorwaarden te verbinden aan de voorwaardelijke straf in de onderhavige zaak. De verdachte zal in het kader van de nieuwe strafzaak moeten laten zien dat het hem ernst is met het verbeteren van zijn leven en het daarbij aanvaarden van de nodige bijstand.
Om de ernst van de feiten voldoende tot uitdrukking te brengen en als stok achter de deur om de verdachte ervan te weerhouden om in de toekomst opnieuw strafbare feiten te plegen, zal het hof een deels voorwaardelijke straf opleggen.
Het hof acht, alles afwegende, een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
80 (tachtig) dagen.
Bepaalt dat een gedeelte van de gevangenisstraf, groot
60 (zestig) dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. N. van der Wijngaart, mr. R. Kuiper en mr. R. van der Heijden, in tegenwoordigheid van mr. R. Bleumers, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 8 februari 2024.
mr. N. van der Wijngaart is buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.