ECLI:NL:GHAMS:2024:2830
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet tijdig deponeren jaarrekening 2018 door rechtspersoon
De verdachte, een rechtspersoon gevestigd in Nederland, werd beschuldigd van het niet tijdig deponeren van de jaarrekening over het boekjaar 2018 bij het handelsregister van de Kamer van Koophandel. De jaarrekening had uiterlijk 31 december 2019 gedeponeerd moeten zijn, maar was op 10 oktober 2020 nog niet openbaar gemaakt. De rechtbank sprak de verdachte vrij wegens afwezigheid van alle schuld.
In hoger beroep oordeelde het hof dat de strafbaarheid van het bewezenverklaarde niet is uitgesloten. De verplichting tot tijdige deponering rust op de rechtspersoon, ongeacht wie feitelijk de handeling verricht. Het hof constateerde dat de verdachte ook eerder de jaarrekening over 2017 niet tijdig had gedeponeerd, waardoor niet is voldaan aan de zorgplicht om herhaling te voorkomen.
Procesafspraken tussen het openbaar ministerie en de verdachte werden niet in behandeling genomen omdat niet was voldaan aan de eisen van artikel 6 EVRM Pro, met name het ontbreken van rechtsbijstand bij totstandkoming van deze afspraken. Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de economische politierechter, verklaarde het bewezenverklaarde strafbaar, maar legde geen straf of maatregel op. De eerder opgelegde strafbeschikking werd eveneens vernietigd.
Uitkomst: Het hof verklaart het bewezenverklaarde strafbaar maar legt geen straf op en vernietigt de eerdere strafbeschikking.