Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Het verloop van het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
5.De motivering van de beslissing
€ 1.492,- per maand.
Gerechtshof Amsterdam
Partijen zijn gehuwd in 2015 en hebben twee minderjarige kinderen. Na ontbinding van het huwelijk is een geschil ontstaan over de hoogte van de kinderalimentatie en partneralimentatie. De rechtbank had bedragen vastgesteld, waartegen de man en vrouw hoger beroep instelden.
Het hof beoordeelde de draagkracht van de man op basis van zijn inkomen in 2021 van €259.357 bruto per jaar, inclusief een bonus en inkomen uit Luxemburg. De man had onvoldoende onderbouwd dat zijn inkomen sindsdien was gedaald. De draagkracht van de vrouw werd vastgesteld op basis van haar inkomen in 2023, aangezien zij haar tijdelijke contract had beëindigd maar geen bewijs leverde van lagere verdiencapaciteit.
De hofnorm werd toegepast voor de bepaling van de behoefte van de vrouw, waarbij rekening werd gehouden met het netto besteedbaar gezinsinkomen en de kosten van de kinderen. De kinderalimentatie werd vastgesteld op €699 per kind per maand met ingang van 1 februari 2023, waarbij het hof terugbetaling van teveel betaalde alimentatie aan de vrouw niet verplicht stelde vanwege haar financiële situatie.
De partneralimentatie werd vastgesteld op €4.391 bruto per maand met ingang van 2 mei 2023. Het hof verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees verdere verzoeken af. De beslissing is genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Amsterdam op 24 september 2024.
Uitkomst: De man moet kinderalimentatie betalen van €699 per kind per maand en partneralimentatie van €4.391 bruto per maand vanaf respectievelijk 1 februari en 2 mei 2023.