ECLI:NL:GHAMS:2024:2900
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- A.M. Koolen - Zwijnenburg
- B.E. Dijkers
- L.F. Roseval
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in hoger beroep wegens intrekking na aanvang onderzoek
In deze strafzaak heeft het gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2024 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 22 juli 2022.
Tijdens de terechtzitting gaf de raadsman aan dat verdachte het hoger beroep niet wenst te handhaven. Omdat het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep reeds was aangevangen op 23 augustus 2023, was intrekking van het hoger beroep niet meer mogelijk.
Het hof concludeerde dat verdachte geen belang meer hecht aan voortzetting van de behandeling van de zaak in hoger beroep. Gezien het ontbreken van een rechtens te respecteren belang, verklaarde het hof verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416 lid 2 Wetboek Pro van Strafvordering.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarbij de oudste raadsheer niet kon ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking na aanvang van het onderzoek ter terechtzitting.