ECLI:NL:GHAMS:2024:2962
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging van het bewind over de goederen van betrokkene wegens voortdurende kwetsbaarheid en fraude
Betrokkene verzocht om opheffing van het bewind dat sinds 2019 over haar goederen is ingesteld, omdat zij van mening is dat zij haar financiën zelf kan beheren. De kantonrechter wees dit verzoek af en betrokkene ging hiertegen in hoger beroep.
Tijdens de procedure stelde betrokkene dat er geen zinvolle samenwerking is met de bewindvoerder en dat het bewind niet langer noodzakelijk zou zijn, mede omdat zij zelf betalingen kan aanpassen en bankzaken kan regelen. De bewindvoerder stelde daarentegen dat betrokkene labiel is, recent betrokken was bij fraude bij verschillende banken, niet meewerkt aan het beheer van haar financiën en daardoor het bewind nog steeds noodzakelijk is.
Het hof overwoog dat de recente fraude en het gebrek aan openheid van betrokkene duiden op kwetsbaarheid en dat zij bescherming behoeft. Ondanks de wens van betrokkene om zelfstandig te zijn, is het bewind zinvol en noodzakelijk. De samenwerking met de bewindvoerder is stroef, maar dit leidt niet tot opheffing van het bewind. Het hof bekrachtigt daarom het bestreden besluit en wijst het verzoek van betrokkene af.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het bewind en wijst het verzoek tot opheffing af wegens voortdurende kwetsbaarheid en recente fraude.