Uitspraak
GeRechtshof Amsterdam
1.De procedure
2.Het wrakingsverzoek en de standpunten daarover
3.De beoordeling
4.De beslissing
3 oktober 2024.
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak betreft het een wrakingsverzoek van de verdachte in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Noord-Holland waarbij hij is veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag en mishandeling.
De verdachte stelde dat de raadsheren vooringenomen waren omdat hij niet opnieuw mocht worden gehoord over de feiten en zijn persoonlijke omstandigheden, en dat het gelijkheidsbeginsel niet correct werd toegepast. De raadsheren ontkenden vooringenomenheid en gaven aan dat de verdachte voldoende gelegenheid had gekregen om zijn standpunten te uiten.
De wrakingskamer oordeelde dat de weigering om de verdachte opnieuw te horen voortkomt uit de regels van het strafprocesrecht, aangezien het onderzoek ter terechtzitting reeds was gesloten. Het verzoek tot wraking was grotendeels een herhaling van een eerder afgewezen verzoek, waardoor het niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens werd vastgesteld dat het wrakingsmiddel werd misbruikt om de procedure te vertragen.
De wrakingskamer besloot het wrakingsverzoek ongegrond te verklaren voor het overige en bepaalde dat toekomstige wrakingsverzoeken in deze zaak niet in behandeling worden genomen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk voor zover het een herhaling betreft en ongegrond voor het overige; toekomstige wrakingsverzoeken worden niet in behandeling genomen.