De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling voor hun twee minderjarige kinderen, waarbij de rechtbank eerder had bepaald dat de kinderen drie weekenden per maand bij de vader verblijven. De moeder verzocht om minder weekenden bij de vader, terwijl de vader wilde dat de kinderen doordeweeks bij hem wonen en in het weekend bij de moeder.
In hoger beroep heeft het hof de belangen en wensen van de kinderen, de adviezen van de raad en kindbehartiger, en de praktische omstandigheden zorgvuldig afgewogen. De kinderen gaven aan doordeweeks bij de moeder te willen blijven wonen en vinden het niet wenselijk om van school te wisselen. De hulpverleners beoordelen de opvoedsituaties bij beide ouders als veilig.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen en hun wens om doordeweeks in hun vertrouwde omgeving te blijven zwaarder wegen dan de wensen van de vader. Ook wees het hof het verzoek van de moeder af om meer weekenden bij haar door te brengen, omdat de kinderen tevreden zijn met de huidige regeling. De regeling wordt verduidelijkt met een vaste overdrachtstijd op zondag om 18:50 uur bij de pont in de woonplaats van de moeder.
De bestreden beschikking wordt vernietigd voor zover nodig en opnieuw vastgesteld dat de kinderen drie weekenden per vier weken van vrijdagmiddag tot zondagavond bij de vader verblijven. De overige verzoeken worden afgewezen.