Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:3001

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
5 november 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
200.340.287/01 NOT
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 19 Wet op het notarisambtArt. 107 lid 1 Wet op het notarisambt
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens appelverbod bij klacht tegen notaris

Klager heeft een klacht ingediend tegen een notaris, welke door de kamer voor het notariaat niet-ontvankelijk werd verklaard. Klager stelde verzet in tegen deze beslissing, maar dit verzet werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde klager hoger beroep in tegen de beslissing van de kamer, maar het hof moest eerst beoordelen of dit hoger beroep ontvankelijk was.

Op grond van artikel 99 lid 19 van Pro de Wet op het notarisambt staat tegen een beslissing waarbij verzet ongegrond is verklaard geen hoger beroep open. Het hof oordeelde dat klager geen gronden had aangevoerd om het appelverbod te doorbreken, zoals een schending van fundamentele rechtsbeginselen die een eerlijke en onpartijdige behandeling in de weg staan.

De notaris heeft geen verweerschrift ingediend en was niet aanwezig bij de zitting. Klager en zijn echtgenote waren wel aanwezig en voerden het woord. Het hof concludeerde dat het hoger beroep niet ontvankelijk is en verklaarde dit bij uitspraak van 5 november 2024.

Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van klager niet-ontvankelijk wegens het appelverbod in artikel 99 lid 19 Wet op het notarisambt.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.340.287/01 NOT
nummer eerste aanleg : verzet 24-02
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 5 november 2024
inzake
[appellant],
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
tegen
mr. [geïntimeerde],
notaris te [woonplaats] ,
geïntimeerde,
gemachtigde: mr. P.J. de Jong Schouwenburg, advocaat te Amsterdam.
Partijen worden hierna klager en de notaris genoemd.

1.De zaak in het kort

Klager komt in hoger beroep van een beslissing van de kamer waarbij het door klager ingediende verzet ongegrond is verklaard. Op grond van artikel 99 lid 19 Wet Pro op het notarisambt staat hiertegen geen hoger beroep open. De vraag die het hof als eerste moet beantwoorden is of klager toch ontvankelijk is in zijn hoger beroep.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 19 april 2024 een beroepschrift – met bijlagen − bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort Den Haag (hierna: de kamer) van 20 maart 2024 (ECLI:NL:TNORDHA:2024:13). Op 1 juli 2024 heeft hij dit beroepschrift aangevuld.
2.2.
De notaris heeft geen gebruik gemaakt van de hem geboden mogelijkheid een verweerschrift bij het hof in te dienen.
2.3.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.4.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 12 september 2024. Het hof heeft partijen vooraf laten weten eerst alleen de ontvankelijkheid van klager in zijn hoger beroep te zullen behandelen. Klager, vergezeld van zijn echtgenote, is verschenen en zij hebben het woord gevoerd. De notaris en zijn gemachtigde zijn niet verschenen.

3.Ontvankelijkheid

3.1.
Klager heeft op 13 juli 2023 bij de kamer een klacht ingediend tegen de notaris. De voorzitter van de kamer heeft bij beslissing van 21 december 2023 de klacht niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing heeft klager tijdig verzet ingesteld bij de kamer. De kamer heeft bij de in 2.1 genoemde beslissing het verzet ongegrond verklaard.
3.2.
In het algemeen staat − op grond van het bepaalde in artikel 107 lid 1 Wet Pro op het notarisambt (hierna: Wna) − tegen een beslissing van de kamer op een klacht het rechtsmiddel van hoger beroep bij dit hof open. Artikel 99 Wna Pro bepaalt echter in lid 19 dat tegen de beslissing van de kamer waarbij het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond is verklaard, geen rechtsmiddel openstaat. Uit genoemde bepalingen van de Wna volgt derhalve dat tegen de bestreden beslissing geen hoger beroep openstaat. Dit is slechts anders indien (onder meer) bij de totstandkoming van de beslissing een zo fundamenteel rechtsbeginsel is veronachtzaamd dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken.
3.3.
Klager is het niet eens met de beslissing van de kamer; volgens klager heeft de kamer zijn argumenten onvoldoende meegewogen. Het hof stelt vast dat klager in zijn beroepschrift geen doorbrekingsgrond heeft gesteld waarom hij, ondanks het appelverbod in artikel 99 lid 19 Wna Pro, toch ontvankelijk is in zijn hoger beroep. Het hof zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken waaruit zou kunnen worden afgeleid dat een zo fundamenteel rechtsbeginsel is geschonden dat van een eerlijke en onpartijdige behandeling van de zaak niet kan worden gesproken of dat het appelverbod om andere redenen moet worden doorbroken.
3.4.
Het voorgaande leidt ertoe dat klager niet kan worden ontvangen in zijn hoger beroep.

4.Beslissing

Het hof verklaart klager niet-ontvankelijk in zijn hoger beroep tegen de beslissing van de kamer van 20 maart 2024.
Deze beslissing is gegeven door mrs. J.W.M. Tromp, J.C.W. Rang en M. Bijkerk en in het openbaar uitgesproken op 5 november 2024 door de rolraadsheer.