ECLI:NL:GHAMS:2024:3019
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beschikking hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland inzake een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro, gericht op vergoeding van kosten rechtsbijstand na sepot van haar strafzaak.
De zaak tegen appellante werd op 12 april 2023 geseponeerd. Het verzoekschrift voor vergoeding van kosten rechtsbijstand werd echter pas op 4 september 2023 ingediend, buiten de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Het hof oordeelt dat het enkele feit dat de kosten betrekking hebben op werkzaamheden na het verstrijken van de termijn niet automatisch leidt tot verschoonbaarheid. Wel is er ruimte om vergoeding te vragen voor reeds gemaakte kosten binnen de termijn. Ten aanzien van de kosten van de verzoekschriftprocedure zelf zijn gronden van billijkheid aanwezig om een vergoeding toe te kennen.
Het hof wijst het hoger beroep af voor het verzoek tot vergoeding van kosten buiten de termijn, vernietigt de beschikking voor de vergoeding van kosten in de verzoekschriftprocedure en kent een vergoeding van € 1.020,00 toe. De beschikking is uitgesproken op 29 oktober 2024 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af voor vergoeding kosten buiten termijn, maar kent een billijke vergoeding van € 1.020,00 toe voor kosten verzoekschriftprocedure.