Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHAMS:2024:3019

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
000488-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking hoger beroep vergoeding kosten rechtsbijstand na sepot strafzaak

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland inzake een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro, gericht op vergoeding van kosten rechtsbijstand na sepot van haar strafzaak.

De zaak tegen appellante werd op 12 april 2023 geseponeerd. Het verzoekschrift voor vergoeding van kosten rechtsbijstand werd echter pas op 4 september 2023 ingediend, buiten de wettelijke termijn van drie maanden. De rechtbank verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een verschoonbare termijnoverschrijding.

Het hof oordeelt dat het enkele feit dat de kosten betrekking hebben op werkzaamheden na het verstrijken van de termijn niet automatisch leidt tot verschoonbaarheid. Wel is er ruimte om vergoeding te vragen voor reeds gemaakte kosten binnen de termijn. Ten aanzien van de kosten van de verzoekschriftprocedure zelf zijn gronden van billijkheid aanwezig om een vergoeding toe te kennen.

Het hof wijst het hoger beroep af voor het verzoek tot vergoeding van kosten buiten de termijn, vernietigt de beschikking voor de vergoeding van kosten in de verzoekschriftprocedure en kent een vergoeding van € 1.020,00 toe. De beschikking is uitgesproken op 29 oktober 2024 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.

Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af voor vergoeding kosten buiten termijn, maar kent een billijke vergoeding van € 1.020,00 toe voor kosten verzoekschriftprocedure.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000488-24 (530 Sv)
parketnummer in eerste aanleg: 15-154492-23
Beschikking op het hoger beroep tegen de beschikking van de raadkamer van de rechtbank Noord-Holland van 23 april 2024 op het verzoekschrift op de voet van de artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1994,
[adres]

1.Procesverloop

Het hoger beroep is op 25 april 2024 ingesteld door verzoekster (hierna appellante).
De advocaat-generaal heeft op 9 augustus 2024 zijn advies kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 15 oktober 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van appellant ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Appellant is niet in raadkamer verschenen.

2.Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt – na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg - tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 940,17.
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in eerste aanleg ten bedrage van € 680,00.
In hoger beroep is voorts verzocht om vergoeding ter zake van:
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure in hoger beroep ten bedrage van € 340,00.

3.Beoordeling

Het hoger beroep is tijdig ingesteld.
Ten aanzien van het verzoek onder a
Op 12 april 2023 is de zaak tegen appellante geseponeerd en is zij heengezonden. Diezelfde dag is ook de advocaat door het Openbaar Ministerie telefonisch van het sepot op de hoogte gebracht. Het (tweede) verzoekschrift is op 4 september 2023 bij de rechtbank ontvangen en derhalve buiten de wettelijke termijn van drie maanden ingediend. Anders dan de advocaat van appellant heeft gesteld maakt het enkele feit dat het verzoek ziet op kosten van werkzaamheden die gemaakt zijn na het verstrijken van de termijn, niet zonder meer dat de termijnoverschrijding daarmee verschoonbaar is, daargelaten of de werkzaamheden in dit verband voor vergoeding in aanmerking komen. In een dergelijk geval kan immers (tijdig) vergoeding worden gevraagd van de reeds gemaakt kosten en/of eventuele kosten nog nader te bepalen (pro memorie).
Nu het verzoek niet binnen de wettelijke termijn is ingediend en niet is gebleken van een verschoonbare overschrijding, heeft de rechtbank appellante op juiste gronden niet-ontvankelijk verklaard.
Ten aanzien van het verzoek onder b en c
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding voor kosten van rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 1.020,00.

4.Beslissing

Het hof:
Wijst het hoger beroep af ten aanzien van het onder a verzochte.
Vernietigt de beschikking ten aanzien van het onder b verzochte.
Wijst het verzochte onder b en c toe.
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan appellant een vergoeding toe van € 1.020,00 (duizend twintig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan appellant.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 29 oktober 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 1.020,00 (duizend twintig euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [t.n.v.] o.v.v. [o.v.v.]
Amsterdam, 29 oktober 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.