ECLI:NL:GHAMS:2024:3020
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vergoeding schade door detentie en justitieel toezicht na Europees Aanhoudingsbevel
Verzoeker, verdachte van verboden wapenbezit en heling, werd op 10 juni 2018 in Frankrijk aangehouden op basis van een Europees Aanhoudingsbevel uitgevaardigd door Nederland. Na een periode van justitieel toezicht in Frankrijk werd hij op 21 oktober 2021 in Nederland in verzekering gesteld. Op 22 september 2022 werd hij vrijgesproken van de tenlastelegging.
Verzoeker vorderde een schadevergoeding van in totaal € 441.540,00, bestaande uit immateriële schade wegens inverzekeringstelling en vrijheidsbeneming, inkomensderving, woonkosten en kosten rechtsbijstand. Het hof oordeelde dat alleen de periode van voorlopige hechtenis in Nederland en de korte detentie in Frankrijk als verzekering in de zin van artikel 533 Sv Pro kunnen worden vergoed.
De periode van justitieel toezicht in Frankrijk werd niet gelijkgesteld aan verzekering of uitleveringsdetentie, waardoor de materiële schadeposten niet toewijsbaar zijn. Het hof kende een vergoeding toe van € 390,00 voor de verzekering en voorlopige hechtenis en € 340,00 voor rechtsbijstandskosten, en wees de overige vorderingen af.
De beschikking van de raadkamer werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht, waarbij het verzoek voor vergoeding grotendeels werd afgewezen wegens het ontbreken van een causaal verband met de detentie in Frankrijk.
Uitkomst: Hof kent vergoeding toe van € 390,00 voor voorlopige hechtenis en € 340,00 voor rechtsbijstand, wijst overige schadevergoeding af.