ECLI:NL:GHAMS:2024:3021

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
29 oktober 2024
Publicatiedatum
30 oktober 2024
Zaaknummer
000422-24
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 533 SvArt. 534 SvArt. 9a Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding na verjaring en verzekering in strafzaak

Verzoekster diende een verzoekschrift in tot vergoeding van schade geleden door verzekering en kosten rechtsbijstand in een strafzaak waarin zij in eerste aanleg bij verstek was veroordeeld.

De strafzaak eindigde in hoger beroep door niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie wegens verjaring. Er werd geen straf of maatregel opgelegd.

Het hof beoordeelde het verzoek op grond van artikel 533 Sv Pro en 530 Sv en oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig waren om vergoeding toe te kennen voor de verzekering (€130) en de kosten rechtsbijstand (€680).

De beschikking werd op 29 oktober 2024 door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam uitgesproken en de vergoeding van in totaal €810 werd toegewezen.

Uitkomst: Het hof kent verzoekster een vergoeding toe van in totaal €810 wegens verzekering en kosten rechtsbijstand na verjaring van de strafzaak.

Uitspraak

beschikking
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling strafrecht
rekestnummer(s): 000421-24 (530 Sv) en 000422-24 (533 Sv)
parketnummer in hoger beroep: 23-002752-23
Beschikking op het verzoekschrift op de voet van artikel 530 en Pro 533 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
geboren te [geboorteplaats] ([geboorteland]) op [geboortedatum] 1975,
[adres]

1.Procesverloop

Het verzoekschrift is op 7 juni 2024 ingekomen.
Op 3 oktober 2024 heeft de advocaat-generaal het advies van het Openbaar Ministerie kenbaar gemaakt.
Het hof heeft kennis genomen van de stukken in de strafzaak met voormeld parketnummer en heeft op 15 oktober 2024 de advocaat-generaal en de advocaat van verzoekster ter gelegenheid van de openbare behandeling van het verzoekschrift in raadkamer gehoord. Verzoekster is niet in raadkamer verschenen.

2. Inhoud van het verzoek

Het verzoek strekt tot het verkrijgen van een vergoeding ter zake van:
schade die verzoekster stelt te hebben geleden als gevolg van de ondergane verzekering in de strafzaak met voormeld parketnummer ten bedrage van € 130,00;
kosten gemaakt in verband met rechtsbijstand ten behoeve van onderhavige verzoekschriftprocedure ten bedrage van € 680,00.

3.Beoordeling van het verzoek

Op 25 juli 2006 heeft de politierechter verzoekster bij verstek veroordeeld. Op 17 augustus 2006 is een poging gedaan tot betekening van het vonnis. Nadien zijn geen daden van vervolging meer verricht tot dat het vonnis op 4 oktober 2023 aan verzoekster is betekend. Verzoekster heeft tijdig hoger beroep ingesteld. Bij arrest van dit hof van 4 april 2024 is het Openbaar Ministerie vanwege verjaring ter zake van het tenlastegelegde niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging, waarmee de strafzaak met voormeld parketnummer is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht (Sr).
Het verzoekschrift is tijdig ter griffie van dit hof ingediend.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 533 Sv Pro
Verzoekster is op 31 juli 2005 in verzekering gesteld en op dezelfde dag in vrijheid gesteld.
Ingevolge het bepaalde in artikel 534, eerste lid, Sv heeft de toekenning van een schadevergoeding steeds plaats, indien en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, gronden van billijkheid aanwezig zijn.
Gronden van billijkheid zijn aanwezig tot toekenning van een vergoeding ter zake van de door verzoekster ondergane verzekering tot een bedrag van € 130,00.
Ten aanzien van het verzoek op de voet van artikel 530 Sv Pro
Gronden van billijkheid zijn aanwezig voor toekenning van een vergoeding ter zake van kosten rechtsbijstand in de onderhavige verzoekschriftprocedure tot een bedrag van € 680,00.

4.Beslissing

Het hof :
Wijst het verzochte toe.
Kent op de voet van artikel 533 Sv Pro aan verzoekster een vergoeding toe van € 130,00 (honderddertig euro).
Kent op de voet van artikel 530 Sv Pro aan verzoekster een vergoeding toe van € 680,00 (zeshonderdtachtig euro).
Beveelt de onverwijlde betekening van deze beschikking aan verzoekster.
Deze beschikking is gegeven door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mrs. A.M.P. Geelhoed, M.J.A. Duker en J.H. van der Werff, in tegenwoordigheid van mr. P.M. Groenenberg als griffier, is ondertekend door de voorzitter en de griffier en is uitgesproken op de openbare zitting van dit hof van 29 oktober 2024.
De voorzitter beveelt:
de tenuitvoerlegging van deze beschikking door overmaking van € 810,00 (achthonderdtien euro) op bankrekeningnummer [rekeningnummer] t.n.v. [t.n.v.] o.v.v. [o.v.v.].
Amsterdam, 29 oktober 2024,
mr. A.M.P. Geelhoed, voorzitter.