ECLI:NL:GHAMS:2024:3025
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding kosten rechtsbijstand na beleidssepot in strafzaak
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen een beschikking van de raadkamer van de rechtbank Amsterdam inzake een verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro. De appellant vorderde vergoeding van kosten voor rechtsbijstand in verband met een strafzaak die zonder strafoplegging werd geseponeerd, alsmede kosten voor de verzoekschriftprocedures in eerste aanleg en hoger beroep.
Het hof oordeelde dat ondanks het beleidssepot en het ontbreken van strafoplegging, er gronden van billijkheid aanwezig zijn om de gevraagde vergoeding toe te kennen. Het vermoeden van schuld werd door het hof stellig weersproken, maar nader onderzoek was niet aan de orde in deze procedure. Het hof stelde dat het niet relevant is of de advocaatkosten hebben bijgedragen aan het sepot of dat de verzoeker gebruik heeft gemaakt van klachtenmogelijkheden tegen het sepot.
Op basis van deze overwegingen vernietigde het hof de eerdere beschikking en wees het de vergoeding van in totaal € 2.980,20 toe, bestaande uit kosten rechtsbijstand in de strafzaak en in de verzoekschriftprocedures. De beschikking werd onverwijld betekend aan de appellant.
Uitkomst: Het hof kent een vergoeding van € 2.980,20 toe voor kosten rechtsbijstand na een beleidssepot.