ECLI:NL:GHAMS:2024:3045

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
21 oktober 2024
Publicatiedatum
4 november 2024
Zaaknummer
23-001020-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep na intrekking

Verdachte had hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 30 maart 2023. Na een pro forma behandeling en regiebehandeling met getuigenverhoor, heeft verdachte op 8 juli 2024 het hoger beroep ingetrokken. Hierdoor worden de eerder ingediende grieven geacht te zijn ingetrokken.

Het hof heeft vervolgens de vordering van de advocaat-generaal gevolgd om verdachte niet-ontvankelijk te verklaren in het hoger beroep, omdat geen rechtens te respecteren belang meer bestaat bij verdere behandeling van de zaak. Dit is in overeenstemming met artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 21 oktober 2024, waarbij verdachte verstek liet verschijnen.

Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-001020-23
datum uitspraak: 21 oktober 2024
VERSTEK
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 30 maart 2023 in de strafzaak onder parketnummer
15-262812-22 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1999,
adres: [adres].
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.

Onderzoek ter terechtzitting

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
21 oktober 2024.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal. De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep wordt verklaard.

Ontvankelijkheid van de verdachte in het hoger beroep

De verdachte heeft in een grievenformulier van 1 mei 2023 zijn grieven tegen het vonnis opgegeven. Op 18 juli 2023 heeft in deze zaak een pro forma behandeling bij dit hof plaats gevonden en op
8 december 2023 een regiebehandeling, waarna de zaak is verwezen naar de raadsheer-commissaris, die getuigen heeft gehoord. Blijkens de akte intrekken hoger beroep van 8 juli 2024 wenst de verdachte het hoger beroep niet langer te handhaven, zodat hij geacht moet worden de eerder tegen het vonnis opgegeven bezwaren in te trekken. Daarom zal hij, nu ook overigens niet is gebleken van enig rechtens te respecteren belang dat is gediend met enig nader onderzoek van de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, niet-ontvankelijk worden verklaard in het ingestelde hoger beroep.

BESLISSING

Het hof:
Verklaart de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. I.A. Groendijk, mr. M. Senden en mr. A.M. Koolen-Zwijnenburg, in tegenwoordigheid van mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
21 oktober 2024.