ECLI:NL:GHAMS:2024:3054
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ondertoezichtstelling minderjarige kinderen wegens ontwikkelingsbedreiging
De zaak betreft het hoger beroep tegen de ondertoezichtstelling van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] (4 jaar) en [minderjarige 2] (2 jaar), die door de kinderrechter voor de duur van een jaar aan een gecertificeerde instelling (GI) waren toegewezen vanwege ernstige ontwikkelingsbedreiging.
De moeder betwistte de ondertoezichtstelling en verzocht om vernietiging van de beschikking en afwijzing van het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming. De Raad handhaafde het verzoek, terwijl de GI erkende dat er sprake was van een verbeterde situatie maar nog steeds zorgen bestonden.
Het hof oordeelde dat ten tijde van de oorspronkelijke beschikking sprake was van ernstige bedreiging door huiselijk geweld en onveiligheid vanuit de vader, die een contactverbod had. De moeder had moeite om de veiligheid te waarborgen en de kinderen hadden eigen problematiek, waaronder autisme en spraakachterstand.
Sindsdien heeft de moeder echter laten zien dat zij de vader op afstand houdt, politie inschakelt bij overtredingen van het contactverbod en samenwerkt met hulpverlening. De kinderen zijn aangemeld voor passend onderwijs en behandeling. Het hof concludeert dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is en vernietigt de verlenging, terwijl het eerdere toezicht bekrachtigd blijft.
Uitkomst: De verlenging van de ondertoezichtstelling wordt vernietigd en het verzoek van de Raad voor de Kinderbescherming afgewezen vanaf heden.