ECLI:NL:GHAMS:2024:3143
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens intrekking
In deze strafzaak heeft de verdachte hoger beroep ingesteld tegen het vonnis van de politierechter van 20 maart 2024. Tijdens de terechtzitting van 31 oktober 2024 heeft het hof kennisgenomen van de intrekking van het hoger beroep door de verdachte op 29 oktober 2024. Hierdoor worden de eerder ingediende bezwaren geacht te zijn ingetrokken.
Het hof heeft vervolgens beoordeeld of er nog een rechtens te respecteren belang bestaat bij verdere behandeling van het hoger beroep. Gezien de intrekking en het ontbreken van enig belang verklaart het hof de verdachte niet-ontvankelijk in het hoger beroep op grond van artikel 416, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam en uitgesproken op 31 oktober 2024. Een van de rechters was niet in staat het arrest mede te ondertekenen.
Uitkomst: Verdachte is niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep wegens intrekking van het hoger beroep.