ECLI:NL:GHAMS:2024:319
Gerechtshof Amsterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep inzake vergoeding kosten rechtsbijstand bij gesplitste strafzaak
Appellant stelde een verzoek in tot vergoeding van kosten rechtsbijstand in verband met een strafzaak en de daaropvolgende verzoekschriftprocedures. De rechtbank verklaarde appellant niet-ontvankelijk omdat de zaak niet was geëindigd zonder strafoplegging.
Appellant voerde aan dat er sprake was van twee gesplitste zaken: een witwaszaak en een zaak omtrent overtreding van de Wet wapens en munitie en de Opiumwet. De advocaat-generaal betoogde dat er slechts één zaak was, omdat de officier van justitie bewust had besloten niet te dagvaarden voor witwassen maar een ontnemingsvordering te starten.
Het hof volgde de uitleg van de Hoge Raad over het begrip 'de zaak' in art. 530 Sv Pro en concludeerde dat het witwasfeit niet als afzonderlijke tenlastelegging had gediend en ook niet later was gedagvaard of geseponeerd. Hierdoor was er geen sprake van twee zaken maar van één zaak.
Het hof verenigde zich met de rechtbank en wees het hoger beroep af. De beschikking werd op 13 februari 2024 uitgesproken door de meervoudige raadkamer van het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring gehandhaafd.