ECLI:NL:GHAMS:2024:320

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
13 februari 2024
Publicatiedatum
14 februari 2024
Zaaknummer
200.330.120/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 99 lid 1 Wna
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid klacht tegen oud-notaris over levenstestament wegens gebrek aan redelijk belang

De zaak betreft een klacht van een zoon (klager) tegen een oud-notaris over het passeren van het levenstestament van zijn moeder. Klager stelde dat de notaris onvoldoende zorgvuldig de wilsbekwaamheid van zijn moeder had getoetst bij het opstellen van het levenstestament op 30 maart 2021.

In eerste aanleg verklaarde de kamer voor het notariaat de klacht niet-ontvankelijk omdat klager geen redelijk belang had. Klager was niet betrokken bij het levenstestament en had geen aanwijzingen dat hij als gevolmachtigde was aangewezen. Het hof bevestigde deze beslissing na behandeling in hoger beroep.

Het hof overwoog dat het begrip redelijk belang ruim moet worden opgevat, maar dat dit belang in deze zaak onvoldoende was aangetoond. Klager was niet betrokken bij het levenstestament, noch uitgenodigd bij de besprekingen, en zijn emotionele band met zijn moeder was onvoldoende. De klacht werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de bestreden beslissing bevestigd.

Uitkomst: De klacht tegen de oud-notaris wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan redelijk belang.

Uitspraak

beslissing
___________________________________________________________________ _ _
GERECHTSHOF AMSTERDAM
afdeling civiel recht en belastingrecht
zaaknummer : 200.330.120/01 NOT
nummer eerste aanleg : SHE/2023/12
beslissing van de notaris- en gerechtsdeurwaarderskamer van 13 februari 2024
inzake
[appellant] ,
wonend te [woonplaats] ,
appellant,
tegen
mr. [geïntimeerde] ,
oud-notaris te [vestigingsplaats] ,
geïntimeerde.
Partijen worden hierna klager en de oud-notaris genoemd.

1.De zaak in het kort

De oud-notaris heeft op 30 maart 2021 het levenstestament van de moeder van klager gepasseerd. Volgens klager heeft de oud-notaris destijds onvoldoende zorgvuldig de wilsbekwaamheid van zijn moeder getoetst.

2.Het geding in hoger beroep

2.1.
Klager heeft op 25 juli 2023 een beroepschrift – met een bijlage – bij het hof ingediend tegen de beslissing van de kamer voor het notariaat in het ressort 's-Hertogenbosch (hierna: de kamer) van 26 juni 2023 (ECLI:NL:TNORSHE:2023:18).
2.2.
De oud-notaris heeft op 4 september 2023 een verweerschrift bij het hof ingediend.
2.3.
Klager heeft op 5 december 2023 een aanvullend stuk bij het hof ingediend.
2.4.
Het hof heeft van de kamer de stukken van de eerste aanleg ontvangen.
2.5.
De zaak is behandeld ter openbare terechtzitting van het hof van 14 december 2023. Klager is verschenen en heeft het woord gevoerd. De oud-notaris is, met berichtgeving vooraf, niet verschenen.

3.Feiten

Het hof verwijst voor de feiten naar hetgeen de kamer in de bestreden beslissing heeft vastgesteld. Klager heeft tegen de vaststelling van die feiten bezwaar gemaakt. Het hof zal hiermee (voor zover relevant) bij de beoordeling rekening houden.
Samengevat en waar nodig aangevuld met andere feiten die zijn komen vast te staan komen de feiten neer op het volgende.
3.1.
De moeder van klager, geboren op [geboortedatum] , heeft twee zoons: klager en zijn oudere broer (hierna: de broer).
3.2.
Op 25 september 2020 heeft moeder de oud-notaris bezocht in het bijzijn van de broer.
3.3.
Op 16 oktober 2020 heeft moeder een gesprek gehad met de oud-notaris in het bijzijn van de broer.
3.4.
Bij e-mailbericht van 19 oktober 2020 heeft klager onder andere aan de oud-notaris medegedeeld:

Op vrijdag 16 oktober 2020 heeft u na 16.00 uur bezoek gehad van mijn broer [naam 1] ( [naam 1] ) en mevrouw [naam 2] . Mijn vader de heer [naam 3] en ondergetekende (…) wisten niets af van deze afspraak, wij zijn door u niet uitgenodigd.
Graag wil ik weten wat u met mijn moeder (…) en met mijn broer (…) heeft besproken.
Kunt u uitleggen waarom u mijn vader (…) en ondergetekende (…) niet op de hoogte heeft gebracht van de afspraak op vrijdag middag 16 oktober.
In mijn aangetekende brief van 12 oktober 2020 aan u heb ik u toch duidelijk gemaakt dat beide ouders geen levenstestament willen afsluiten en dit ook nooit zullen ondertekenen. Dit standpunt blijft ongewijzigd. Tevens heb ik u in mijn brief van 12 oktober 2020 meegedeeld dat mijn moeder (…) lijdt aan beginnende dementie en nooit een testament of welk contract ook bij een notaris mag ondertekenen.
3.5.
Op 21 januari 2021 heeft wederom een gesprek bij de oud-notaris plaatsgevonden. Naast moeder waren daar tevens bij aanwezig haar casemanager dementie, [naam 4] (hierna: de casemanager) en de broer. De oud-notaris heeft moeder enige tijd alleen gesproken. Volgens de casemanager was moeder wilsbekwaam. De oud-notaris heeft aan het einde van het gesprek medegedeeld dat hij voorafgaand aan het passeren van de akte eerst de wilsbekwaamheid van moeder wilde laten beoordelen door een deskundige arts.
3.6.
In de verklaring van 16 maart 2021 van [naam 5] , specialist ouderengeneeskunde, staat onder andere:

Medische verklaring met betrekking tot verzoek om wilsbekwaamheid vast te stellen in verband met het opmaken van een (levens)testament.
Betreft:
Mevrouw: [naam 2]
(…)
In verband met het verzoek de bekwaamheid te beoordelen van mevrouw (…) bezocht ik d.d. 06-03-2021 voornoemde patiënte.
Consulent kent betrokken patiënte niet en is dus onafhankelijk.
Bevindingen tijdens bezoek aan patiënte:
Ik bezoek mevrouw in haar ruime woning in gezelschap van haar casemanager (…). Hoewel ik iets vroeger arriveer, opent mevrouw vriendelijk de deur. Ze is op de hoogte van mijn komst. Ze is goed georiënteerd in tijd en plaats. Haar geheugen laat wat na, ze is zich daarvan bewust. Ze kan goed vertellen dat haar oudste zoon haar financiële zaken regelt en dat het gewenst is om dat formeel vast te leggen. Hij moet regelen, in overleg met zijn broer, dat ze zo lang mogelijk zelfstandig kan blijven wonen.
Criteria van Appelbaum: 1. Mevrouw heeft goed begrip van informatie. 2. Mevrouw is in staat tot logisch redeneren. 3. Mevrouw toont in het gesprek waardering van de gevolgen van de beslissing voor de eigen situatie. 4. Mevrouw is in staat tot consistente keuzes maken.
Met bovenstaande beschrijving kom ik tot de conclusie dat betrokkene in staat kan worden geacht “tot een redelijke waardering van haar belangen ter zake” en wilsbekwaam is om een levenstestament op te stellen.”
3.7.
Op 30 maart 2021 heeft de oud-notaris het levenstestament van moeder gepasseerd, waarbij moeder volmachten met betrekking tot zowel haar vermogensrechtelijke belangen als haar medische belangen heeft verleend aan de broer.
3.8.
De oud-notaris is op 1 juli 2023 gedefungeerd als notaris.

4.De klacht

Klager verwijt de oud-notaris dat hij onvoldoende zorgvuldigheid heeft betracht bij de beoordeling van de wilsbekwaamheid van moeder bij het opstellen en passeren van haar levenstestament op 30 maart 2021.

5.Beoordeling

5.1.
De kamer heeft in de bestreden beslissing de klacht van klager tegen de oud-notaris niet-ontvankelijk verklaard omdat klager naar het oordeel van de kamer geen redelijk belang heeft bij de klacht. De kamer heeft daartoe overwogen dat klager zelf niet betrokken is geweest bij de gang van zaken rond het levenstestament van moeder, terwijl evenmin is gesteld of gebleken dat moeder klager eerder bij levenstestament of (notariële) volmacht als haar algemeen gevolmachtigde had aangewezen. Het feit dat klager zich als zoon emotioneel verbonden voelt met zijn moeder en graag haar wil wil respecteren, is onvoldoende om in tuchtrechtelijke zin aangemerkt te worden als belanghebbende, aldus de kamer.
5.2.
Het hof stelt het volgende voorop. Ingevolge artikel 99, lid 1 Wna kan ieder die daarbij enig redelijk belang heeft een klacht indienen. Het begrip ‘enig redelijk belang’ moet ruim worden opgevat. Het kan een rechtstreeks belang zijn, maar ook een indirect of afgeleid belang. Het belang kan onder meer volgen uit betrokkenheid bij een specifieke zaak of betrekking hebben op handhaving van de beroepsnormen en –regels voor het notariaat.
5.3.
Het is vaste rechtspraak van het hof dat klagers een redelijk belang hebben bij klachten over een testament als zij erfgenamen bij versterf zijn (zie ECLI:NL:GHAMS:2019:1383 en ECLI:NL:GHAMS:2022:3250). Hun betrokkenheid bij een testament vloeit daar uit voort. De klacht van klager ziet echter niet op het testament, maar op een geheel andere rechtshandeling, te weten een zogeheten levenstestament van zijn moeder, waarbij hij geen partij is.
5.4.
Op de vraag wanneer een klager enig redelijk belang heeft bij het levenstestament van een ouder, kan het hof geen algemeen antwoord geven omdat dat afhangt van de feiten en omstandigheden van het geval. Dat belang zal er in elk geval wel zijn als de klager optreedt als ‘levensexecuteur’ of gevolmachtigde in een levenstestament (zie ECLI:NL:GHAMS:2017:2150). In deze zaak was klager niet betrokken bij het maken van het levenstestament van zijn moeder. Hij was ook niet uitgenodigd door zijn moeder of zijn broer en ook niet door de notaris om daarbij wel betrokken te zijn. Zijn moeder en zijn broer hoefden dat ook niet te doen; de notaris ook niet. Klager heeft de notaris wel een brief geschreven waarin hij vraagt wat er is afgesproken en waarin hij meedeelt dat hij de notaris al eens eerder duidelijk heeft gemaakt dat zijn ouders geen levenstestament willen sluiten of ondertekenen. De moeder van klager is inmiddels overleden en klager is een van haar erfgenamen. Deze feiten en omstandigheden zijn onvoldoende om te kunnen oordelen dat klager enig redelijk belang heeft bij het indienen van een klacht over het handelen van de notaris bij het opstellen en passeren van het levenstestament van zijn moeder.
5.5.
Uit het voorgaande volgt dat het hof, evenals de kamer, tot het oordeel komt dat klager geen redelijk belang heeft bij zijn klacht. De klacht van klager is daarom niet-ontvankelijk. De bestreden beslissing zal worden bevestigd.

6.Beslissing

Het hof:
- bevestigt de bestreden beslissing.
Deze beslissing is gegeven door mrs. C.H.M. van Altena, J.H. Lieber en B.J.M. Gehlen en in het openbaar uitgesproken op 13 februari 2024 door de rolraadsheer.