ECLI:NL:GHAMS:2024:3231

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
27 augustus 2024
Publicatiedatum
25 november 2024
Zaaknummer
23/669
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen WOZ-waarde woning en kostenvergoeding taxateur

Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland over de WOZ-waarde van zijn woning en de bijbehorende aanslag onroerendezaakbelasting voor het jaar 2021. De heffingsambtenaar van de gemeente had de WOZ-waarde door de rechtbank laten verlagen tot €400.000.

Tijdens de zitting van het Gerechtshof Amsterdam op 27 augustus 2024 trok de heffingsambtenaar zijn incidenteel hoger beroep in. Partijen bereikten een compromis waarbij de heffingsambtenaar het door belanghebbende betaalde griffierecht van €136 vergoedt en daarnaast de kosten voor het inschakelen van een taxateur (€128,26) en rechtsbijstand (€875) aan belanghebbende vergoedt.

Het hof bevestigde verder de uitspraak van de rechtbank met betrekking tot de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken en het proces-verbaal werd ondertekend door de voorzitter en de griffier. Beide partijen kunnen binnen zes weken beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad.

De uitspraak betreft een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke kwestie over de waardering van onroerend goed en de vergoeding van proceskosten in hoger beroep.

Uitkomst: Het hof vernietigt deels de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van griffierecht en taxatiekosten aan belanghebbende.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

kenmerk 23/669
27 augustus 2024
vierde meervoudige belastingkamer

proces-verbaal

van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep van

[X] , wonende te [woonplaats] , belanghebbende,

(gemachtigde: A. Oosters)
tegen de uitspraak van 6 juni 2023 in de zaak met kenmerk HAA 22/318 van de rechtbank Noord-Holland (hierna: de rechtbank) in het geding tussen
belanghebbende
en

de heffingsambtenaar van de gemeente [Plaats] , de heffingsambtenaar,

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 augustus 2024. Namens belanghebbende is zijn gemachtigde verschenen. Namens de heffingsambtenaar is mr. A.G. Hendriks verschenen.

Beslissing

Het Hof:
  • vernietigt de uitspraak van de rechtbank, doch enkel voor zover daarin geen vergoeding aan belanghebbende is toegekend voor het inschakelen van een taxateur;
  • bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor het overige;
  • gelast de heffingsambtenaar aan belanghebbende het in hoger beroep betaalde griffierecht van € 136 te vergoeden; en
  • veroordeelt de heffingsambtenaar (aanvullend) in de kosten van belanghebbende tot een bedrag van € 1.003,26.

Gronden

1. De heffingsambtenaar heeft ter zitting zijn incidenteel hoger beroep ingetrokken.
2. Partijen hebben, ter beëindiging van het geschil in (het principaal) hoger beroep, ter zitting van het Hof het volgende compromis bereikt:
⁻ de door de rechtbank (in goede justitie) tot € 400.000 verminderde WOZ-waarde van de woning aan het adres [Straat] te [woonplaats] voor het jaar 2021 en de dienovereenkomstig verminderde aanslag onroerendezaakbelasting 2021 dienen te worden gehandhaafd;
⁻ de heffingsambtenaar zal, naast de reeds door de rechtbank toegekende kostenvergoeding, de volgende door belanghebbende gemaakte (proces)kosten vergoeden:
⁻ de kosten van het inschakelen van een taxateur ad € 128,26 (te weten twee uur ad € 53 vermeerderd met 21% omzetbelasting daarover) en
⁻ de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand ad € 875 (2 punten met een waarde per punt van € 875 en een wegingsfactor van 0,5); en
⁻ de heffingsambtenaar zal het door belanghebbende voor het hoger beroep betaalde griffierecht van € 136 vergoeden.
Hof ziet geen aanleiding hieromtrent anders te oordelen. Daarom heeft het Hof conform het compromis beslist.
De uitspraak is gedaan op 27 augustus 2024 door mrs J-P.R. van den Berg, voorzitter, F.J.P.M. Haas en B.A. van Brummelen, leden van de belastingkamer, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Nagel als griffier. Hiervan is dit proces-verbaal opgemaakt, ondertekend door de voorzitter en de griffier. De beslissing is op de datum van de mondelinge uitspraak in het openbaar uitgesproken.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
Bepaalde personen die niet worden vertegenwoordigd door een gemachtigde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent, mogen per post beroep in cassatie instellen. Dit zijn natuurlijke personen en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Als zij geen gebruik willen maken van digitaal procederen kunnen deze personen het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Bij het instellen van beroep in cassatie moet het volgende in acht worden genomen:
1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak gevoegd;
2 - ( alleen bij procederen op papier) het beroepschrift moet ondertekend zijn;
3 - het beroepschrift moet ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Tenzij de Hoge Raad anders bepaalt, zal het gerechtshof deze mondelinge uitspraak vervangen door een schriftelijke. In dat geval krijgt u de gelegenheid de gronden van het beroep in cassatie alsnog aan te voeren of aan te vullen.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad. In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.
Toelichting rechtsmiddelverwijzing
Per 15 april 2020 is digitaal procederen bij de Hoge Raad opengesteld. Niet-natuurlijke personen (daaronder begrepen publiekrechtelijke lichamen) en professionele gemachtigden zijn verplicht digitaal te procederen. Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
Digitaal procederen
Het webportaal van de Hoge Raad is toegankelijk via “Login Mijn Zaak Hoge Raad” op www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op www.hogeraad.nl.
Niet in Nederland wonende of gevestigde partijen of professionele gemachtigden hebben in beginsel geen geschikt inlogmiddel en kunnen daarom niet inloggen in het webportaal. Zij kunnen zo lang zij niet over een geschikt inlogmiddel kunnen beschikken, per post procederen.
Per post procederen
Alleen bepaalde personen mogen beroep in cassatie instellen per post in plaats van via het webportaal. Zij mogen dit bovendien alleen als zij zonder een professionele gemachtigde procederen. Het gaat om natuurlijke personen die geen ondernemer zijn en verenigingen waarvan de statuten niet zijn opgenomen in een notariële akte. Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.
Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden op: