Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.DE NEDERLANDSE VERENIGING VAN JOURNALISTEN,
STICHTING PERSVRIJHEIDSFONDS,
Gerechtshof Amsterdam
In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam op 15 februari 2024 uitspraak gedaan in een incident tot voeging ex art. 217 Rv Pro in een kort gedingprocedure. De Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) en het Persvrijheidsfonds vorderden hun toelating als partij aan de zijde van DPG Media B.V. in het hoger beroep tegen een vonnis van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam.
NVJ en het Persvrijheidsfonds beriepen zich op art. 3:305a BW en stelden dat zij opkomen voor de belangen van journalisten, hun achterban. Het hof oordeelde dat zij ontvankelijk zijn en voldoende belang hebben bij de uitkomst van de procedure, omdat het bevestigen van het bestreden vonnis een chilling effect kan hebben op hun achterban. De eisen van goede procesorde stonden hun toevoeging niet in de weg.
Het hof besloot NVJ en Persvrijheidsfonds toe te laten tot voeging aan de zijde van DPG en beval DPG hen te voorzien van de processtukken uit eerste aanleg en hoger beroep, met inachtneming van het reeds opgelegde mededelingsverbod. De beslissing over de proceskosten in het incident werd aangehouden. Tevens werd een mondelinge behandeling bepaald op 19 februari 2024.
Uitkomst: NVJ en Persvrijheidsfonds worden toegelaten tot voeging aan de zijde van DPG en ontvangen de processtukken.