ECLI:NL:GHAMS:2024:3251
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- N. van der Wijngaart
- E. van Die
- A.M.M.E. Doekes - Beijnes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis medeplegen invoer cocaïne ondanks verweer psychische overmacht
In hoger beroep heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank Noord-Holland bevestigd waarin verdachte werd veroordeeld voor het medeplegen van het opzettelijk binnen Nederland brengen van een hoeveelheid cocaïne. Verdachte voerde verweer dat zij geen wetenschap had van de drugs in de koffer en dat zij onder dwang en bedreiging handelde, waaronder verkrachting en bedreiging van haar kinderen.
Het hof stelde vast dat verdachte al vóór het inchecken van de koffer op de luchthaven op de hoogte was van de aanwezigheid van cocaïne. Verdachte had vrijwillig ingestemd met het vervoer van de koffer tegen betaling en had gedurende de reis contact met de opdrachtgever, zonder dat hieruit angst of dwang bleek. Het verweer van gebrek aan bewijs en psychische overmacht werd daarom verworpen.
Het hof verving de bewijsoverweging en de gebruikte bewijsmiddelen, met het oog op een eventueel cassatieberoep, maar bevestigde het vonnis. De gedragingen van verdachte werden als opzettelijk beschouwd, en er was onvoldoende aannemelijk dat zij onder zodanige druk stond dat zij geen weerstand kon bieden.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 26 november 2024.
Uitkomst: Het hof bevestigt de veroordeling van verdachte voor medeplegen van het opzettelijk invoeren van cocaïne ondanks verweer van psychische overmacht.