ECLI:NL:GHAMS:2024:3322

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2024
Publicatiedatum
4 december 2024
Zaaknummer
23-003121-23
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis opzettelijk aanwezig hebben van 104 kg cocaïne met aanvullend bewijsmiddel

In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2023. Verdachte werd veroordeeld voor het in vereniging opzettelijk aanwezig hebben van 104,36 kilogram cocaïne en kreeg een gevangenisstraf van drie jaren opgelegd. Het hof heeft de vordering van de advocaat-generaal gevolgd en het vonnis bevestigd.

De raadsman van verdachte voerde in hoger beroep aan dat verdachte geen opzet had op het aanwezig hebben van de cocaïne en verzocht om vrijspraak. Het hof verwierp dit verweer omdat uit de bewijsmiddelen en de objectieve gedragingen bleek dat verdachte bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de middelen cocaïne betroffen.

Daarnaast heeft het hof het bewijs aangevuld met een proces-verbaal van aanhouding van 17 mei 2023, waarin de opsporingsambtenaren de aanhouding van verdachte in zijn woning hebben vastgelegd. Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 7 november 2024.

Uitkomst: Bevestiging van de veroordeling tot drie jaar gevangenisstraf voor het in vereniging opzettelijk aanwezig hebben van 104,36 kg cocaïne.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-003121-23
datum uitspraak: 7 november 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Amsterdam van 17 november 2023 in de strafzaak onder parketnummer 13-125222-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ) op [geboortedag 1] 1981,
adres: [adres 1] .

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van
7 november 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal bevestigen.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, met dien verstande dat het hof een in het hoger beroep gevoerd verweer zal bespreken en de bewijsmiddelen zal aanvullen.

Bespreking verweer

De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep aangevoerd dat de verdachte geen opzet heeft gehad op het aanwezig hebben van de cocaïne, zodat de verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen hem ten laste is gelegd.
Het hof verwerpt dit verweer, nu de verdachte, gelet op de gebezigde bewijsmiddelen en gezien de uiterlijke verschijningsvorm en de objectieve gedragingen zoals vastgesteld in het vonnis waarvan beroep, minst genomen bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de middelen die hij – met anderen – aanwezig had, cocaïne betroffen.

Aanvulling bewijsmiddelen

Het hof vult de in bijlage II van het vonnis opgenomen bewijsmiddelen aan met het navolgende bewijsmiddel:
-
Een proces-verbaal van aanhouding van 17 mei 2023, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, doorgenummerde pagina’s VGL.0039-VGL.0040.Dit proces-verbaal houdt in, voor zover van belang en zakelijk weergegeven, als de bevindingen van de verbalisanten:
Op 17 mei 2023 te 17.30 uur hebben wij, verbalisanten, in de woning gelegen aan de [adres 2] , aangehouden: [verdachte] , geboren op [geboortedag 2] 1981 te [geboorteplaats].

BESLISSING

Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. H.A.G. Nijman, mr. A.M. Kengen en mr. A.C. Huisman, in tegenwoordigheid van
mr. C.H. Sillen, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van
7 november 2024.
De jongste raadsheer en de griffier zijn buiten staat dit arrest te ondertekenen.