ECLI:NL:GHAMS:2024:3382
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verlenging uithuisplaatsing van minderjarige kinderen in belang van stabiliteit en zorg
De zaak betreft de verlenging van de uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, [minderjarige 1] en [minderjarige 2], die sinds 2021 onder toezicht staan en sinds december 2022 uit huis zijn geplaatst. De moeder is het niet eens met de verlenging tot 26 maart 2025 en stelt dat zij haar leven op orde heeft en de kinderen binnen een redelijke termijn terug kunnen keren.
De gecertificeerde instelling (GI) en de Raad voor de Kinderbescherming betogen dat de kinderen een bovengemiddelde zorg- en opvoedbehoefte hebben vanwege trauma's en hechtingsproblematiek, en dat de moeder ondanks positieve stappen nog steeds risico's op terugval en ontregeling vertoont. De moeder is negen maanden clean, maar haar persoonlijkheidsstoornis is nog niet definitief vastgesteld en behandeld.
Het hof overweegt dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft voor de stabiliteit en veiligheid van de kinderen. Hoewel de moeder vooruitgang heeft geboekt, is het nog niet verantwoord om de kinderen terug te plaatsen. De GI onderzoekt mogelijkheden voor een meer actieve rol van de moeder in het leven van de kinderen. Het hof wijst het primaire verzoek van de moeder af en bekrachtigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de uithuisplaatsing van de kinderen tot 26 maart 2025.