ECLI:NL:GHAMS:2024:3386
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bevestiging wijziging voornaam minderjarige in belang van haar welzijn
Deze zaak betreft het hoger beroep van de vader tegen een beschikking van de rechtbank die de voornaamswijziging van zijn minderjarige dochter heeft toegestaan. De moeder had verzocht om de voornaam van de minderjarige te wijzigen in een andere naam, hetgeen door de rechtbank was toegewezen. De vader stelde zich op het standpunt dat de voornaam anders moest worden gewijzigd en verzocht om vernietiging van de beschikking.
In hoger beroep trok de vader zijn primaire verzoek in, waarmee het hof kon vaststellen dat beide ouders instemmen met de wijziging van de voornaam in de door de moeder gewenste naam. Het hof oordeelde dat de wijziging geoorloofd is en in het belang van de minderjarige, die in het dagelijks leven de nieuwe naam gebruikt en last ondervindt van haar oorspronkelijke naam die verwarring en ongemak veroorzaakt.
De subsidiaire verzoeken van de vader om een andere voornaamswijziging werden afgewezen omdat hij niet het gezag heeft over de minderjarige en derhalve niet bevoegd is om deze verzoeken in te dienen. De proceskosten werden gecompenseerd gezien de aard van de zaak. Het hof bekrachtigde de bestreden beschikking en verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn subsidiaire verzoeken.
Uitkomst: De voornaamswijziging wordt bekrachtigd en het subsidiaire verzoek van de vader wordt niet-ontvankelijk verklaard.