De zaak betreft een geschil tussen ouders over de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, waarbij de rechtbank Amsterdam op 14 februari 2024 een zorgregeling met dwangsom had vastgesteld. De vader was het niet eens met de dwangsom en wilde een andere regeling zonder dwangsom en met andere tijden.
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Amsterdam op 10 december 2024 geoordeeld dat partijen onderling overeenstemming hebben bereikt over een nieuwe zorgregeling. Deze houdt in dat de kinderen elke week van zaterdag 14.00 uur tot zondag 17.00 uur bij de vader verblijven, en dat vakanties in overleg worden verdeeld, zonder dwangsom.
Vanwege mentale problemen van de vader is tevens een tijdelijke zorgregeling getroffen waarbij de vader de kinderen op woensdag en vrijdag na school ophaalt en terugbrengt, en zorgt dat zij bij hem eten. De vader moet de moeder via WhatsApp een dag van tevoren informeren als hij de zorgregeling niet kan nakomen.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking voor zover deze een dwangsom bevatte en wijzigde de zorgregeling conform de gemaakte afspraken, waarbij de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Andere verzoeken van de vader werden afgewezen.