ECLI:NL:GHAMS:2024:3509
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kinderalimentatie en boedelafwikkeling na verkoop appartement in Turkije
De zaak betreft een hoger beroep van de man tegen een beschikking van de rechtbank Amsterdam over kinderalimentatie en de afwikkeling van een boedelbestanddeel, een appartement in Turkije dat hij kort voor de echtscheidingsprocedure verkocht.
De rechtbank had de kinderalimentatie vastgesteld op €137 per kind per maand en de man veroordeeld tot betaling van €37.500 aan de vrouw wegens benadeling van de gemeenschap omdat hij het appartement zonder toestemming verkocht en de waarde daarvan op €75.000 werd gesteld. De man betwistte de waarde van het appartement en stelde dat het slechts €25.000 waard was, gebaseerd op de verkoopprijs.
In hoger beroep trokken partijen het geschil over de kinderalimentatie in en bereikten zij overeenstemming over een verhoging van de alimentatie vanaf 1 juli 2024. Het hof vernietigde het deel van de beschikking over kinderalimentatie en legde de overeengekomen bedragen vast. Over de waarde van het appartement oordeelde het hof dat de man onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde slechts €25.000 bedroeg. Het hof baseerde zich op een taxatierapport dat een waarde van circa €76.000 tot €79.500 aangaf, corrigeerde dit naar beneden vanwege onzekerheden en bepaalde de waarde op €60.000, waaruit volgt dat de man €30.000 aan de vrouw moet betalen.
De beschikking is vernietigd voor zover deze ziet op kinderalimentatie en opnieuw vastgesteld, en de man is veroordeeld tot betaling van €30.000 binnen vier weken. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de kinderalimentatie vast conform overeenkomst en veroordeelt de man tot betaling van €30.000 aan de vrouw wegens benadeling van de gemeenschap.