Uitspraak
Procesgang
Onderzoek van de zaak
22 augustus 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
Gerechtshof Amsterdam
In deze ontnemingszaak heeft het openbaar ministerie een vordering ingesteld tot betaling van wederrechtelijk verkregen voordeel, geschat op €447.482,46, aan de Staat. De betrokkene was eerder veroordeeld voor computervredebreuk en gewoontewitwassen en werd door de rechtbank Noord-Holland veroordeeld tot betaling van €189.235,06.
In hoger beroep heeft de advocaat-generaal een aangepaste vordering ingediend van €425.162,74, gebaseerd op een aanvullend proces-verbaal waarin slechts 5% van de opnames mogelijk dubbeltellingen betreffen. De betrokkene heeft aangevoerd dat hij geld en cryptovaluta 'rondpompt', waardoor het onduidelijk is hoe vaak startkapitaal is ingezet en terugontvangen.
Het hof oordeelt dat het dossier onvoldoende inzicht biedt om het ontnemingsbedrag hoger vast te stellen dan de rechtbank deed. Het hof bevestigt daarom het vonnis van de rechtbank en legt de ontnemingsvordering van €189.235,06 op. Als aanvullend bewijsmiddel is de verklaring van de betrokkene opgenomen, waarin hij verklaart cryptovaluta te hebben gestolen.
Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam op 5 september 2024.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt het vonnis en legt een ontnemingsbedrag van €189.235,06 op aan de betrokkene.