Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Vonnis waarvan beroep
wederrechtelijke vrijheidsberoving (feit 1)schrapt, te weten:
“Verdachte heeft [benadeelde ] bovendien … hem terug heeft gekregen.”en
“Onderzoek naar de schermtijd … in de macht van verdachte.”
Aanvullende bewijsoverweging ten aanzien van feit 1
Oplegging van straf en maatregel
Voorlopige hechtenis
Toepasselijke wettelijke voorschriften
Vordering van de benadeelde partij [benadeelde ]
€ 1.168,63voor toewijzing in aanmerking komen. Gezien de aard en impact van het bewezenverklaarde acht het hof, evenals de rechtbank, het alleszins begrijpelijk dat de benadeelde partij niet langer in haar woning wilde verblijven. Zij heeft daarom niet het huurgenot genoten waarvoor zij wel had betaald. De verklaring die de benadeelde partij 13 juli 2023 heeft afgelegd doet daar in de ogen van het hof niet aan af. Ook van de medische kosten die de benadeelde partij in 2024 heeft gemaakt en in 2025 zal maken (totaal:
€ 770,-) is het rechtstreekse verband met het bewezenverklaarde handelen, gelet op de vordering en het behandelplan dat door de raadsvrouw van de benadeelde partij ter terechtzitting is overgelegd, voldoende gebleken. De verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden, zodat de vordering tot dat bedrag zal worden toegewezen.
€ 10.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop het strafbare feit is voltooid, te weten 26 juni 2023. Het hof wijst de vordering voor het overige af.
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
36 (zesendertig) maanden.
12 (twaalf) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
3 (drie) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of de verdachte gedurende de proeftijd van 3 (drie) jaren dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht.
- op
- zich niet zal ophouden binnen de grenzen van de
- zich niet zal ophouden in de
- zich niet zal ophouden in de
€ 11.938,63 (elfduizend negenhonderdachtendertig euro en drieënzestig cent) bestaande uit € 1.938,63 (duizend negenhonderdachtendertig euro en drieënzestig cent) materiële schade en € 10.000,00 (tienduizend euro) immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.