ECLI:NL:GHAMS:2024:478
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Opheffing onderbewindstelling wegens wegvallen noodzaak bij betrokkene met Fragiele-X-syndroom
Betrokkene, geboren in 1978 en gediagnosticeerd met het Fragiele-X-syndroom, was onder bewind gesteld wegens zijn geestelijke toestand. De ouders, tevens bewindvoerders, kwamen in hoger beroep tegen de beschikking van de kantonrechter die het bewind had ingesteld.
De onderbewindstelling was aanvankelijk ingesteld om betrokkene in te schrijven voor een uithuisplaatsing bij de Prinsenstichting, waarvoor bewind noodzakelijk was. Na de onderbewindstelling bleek dat betrokkene werd doorverwezen naar een andere stichting, Odion, waarvoor geen bewind vereist was. De ouders betoogden dat het bewind een extra administratieve last vormde en niet langer noodzakelijk was, aangezien zij de financiën al jaren zonder problemen beheerden.
Het hof oordeelde dat betrokkene onvoldoende in staat is zijn wil kenbaar te maken, maar dat het horen van betrokkene te belastend zou zijn. Gezien de omstandigheden en het feit dat de financiën op orde zijn en geen schulden bestaan, achtte het hof de noodzaak voor het bewind komen te vervallen. Het hof vernietigde daarom de beschikking voor zover het bewind vanaf heden werd ingesteld en hief het bewind op, terwijl het voor de periode tot aan heden bekrachtigd bleef.
Uitkomst: Het hof heft het bewind op over de goederen van betrokkene omdat de noodzaak voor onderbewindstelling niet langer bestaat.