ECLI:NL:GHAMS:2024:532
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis inzake wijziging aflossingsvoorwaarden lening in samenlevingscontract
Partijen hadden een samenlevingscontract met een schuldbekentenis van €40.000,- die de man aan de vrouw verschuldigd was, met een looptijd tot 2036. Na het beëindigen van hun relatie in 2014 ontstond een geschil over de aflossingsvoorwaarden van deze lening. De vrouw vorderde vervroegde aflossing omdat de man in 2014 zonder haar medeweten de begunstiging van een levensverzekering wijzigde, waardoor haar zekerheid op terugbetaling afnam.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende aanleiding was om aan te nemen dat terugbetaling in gevaar kwam, en legde een maandelijkse aflossingsregeling op. De man kwam hiertegen in hoger beroep met meerdere grieven, waaronder dat de lening niet opeisbaar was en dat de wijziging van begunstiging geen grond was voor vervroegde aflossing.
Het hof overwoog dat partijen in 2006 wel degelijk een koppeling hadden gemaakt tussen de lening en de levensverzekering als zekerheid. De wijziging van de begunstiging zonder andere zekerheid gaf de vrouw een gerechtvaardigde vrees dat terugbetaling in gevaar kwam. De man werd niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep tegen twee tussenvonnissen. De grieven faalden en het hof bekrachtigde het bestreden vonnis, waarbij ieder zijn eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis dat de man de lening van €40.000,- vervroegd moet aflossen vanwege wijziging begunstiging levensverzekering.