ECLI:NL:GHAMS:2024:591
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging voogdij bij gecertificeerde instelling ondanks verzoek voogdij door grootmoeder
De moeder was minderjarig ten tijde van de geboorte van haar kind en daardoor onbevoegd tot het uitoefenen van het gezag, waardoor de voogdij werd toegewezen aan een gecertificeerde instelling (GI). De grootmoeder verzocht om benoeming tot voogd, stellende dat het in het belang van het kind en de moeder was om binnen de familie te blijven. Het hof verwees naar het belang van het kind en de moeder en constateerde dat de moeder sinds haar meerderjarigheid bevoegd is het gezag uit te oefenen.
De moeder en het kind verblijven sinds december 2023 in een moeder-kindhuis waar de moeder intensieve professionele begeleiding ontvangt om haar opvoedvaardigheden te ontwikkelen. De GI speelt een positieve rol in het traject naar zelfstandigheid van de moeder. De grootmoeder en de moeder hebben een moeizame relatie en er zijn zorgen over de veiligheid en stabiliteit bij de grootmoeder.
Het hof oordeelt dat een professionele en onafhankelijke voogd het beste is voor het belang van de minderjarige. De grieven van de grootmoeder over de handelwijze van de GI zijn onvoldoende om de voogdij aan haar toe te wijzen. Het verzoek van de grootmoeder wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd. Het hof benadrukt het belang van contactmomenten tussen de grootmoeder en het kind.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de voogdij bij de gecertificeerde instelling en wijst het verzoek van de grootmoeder af.