Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
- de gecertificeerde instelling De Jeugd- en Gezinsbeschermers, locatie [plaats B] (hierna te noemen: de GI);
- [pleegvader] (hierna te noemen: de pleegvader);
- de minderjarige [minderjarige] .
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Amsterdam
De vader is in hoger beroep gekomen tegen de beschikking van de rechtbank die zijn eenhoofdig gezag over zijn dochter beëindigde en de gecertificeerde instelling (GI) tot voogd benoemde. De minderjarige is sinds 2019 geplaatst in een netwerkpleeggezin bij haar oma en pleegvader, waar zij veilig en stabiel opgroeit. De vader is meerdere perioden gedetineerd geweest en heeft geen vaste woonplek, waardoor hij onvoldoende beschikbaar en bereikbaar is voor zijn dochter.
De rechtbank oordeelde dat de vader niet in staat is binnen een aanvaardbare termijn de verantwoordelijkheid voor verzorging en opvoeding te dragen, zoals vereist in artikel 1:266 lid 1 sub a BW Pro. De vader erkent zijn problematiek en wil betrokken blijven, maar kan geen reëel alternatief bieden voor de huidige situatie. De GI benadrukt dat de minderjarige sociaal-emotionele ondersteuning nodig heeft en dat het verblijf bij de pleegvader momenteel perspectiefbiedend is.
Het hof bevestigt dat de minderjarige ernstig in haar ontwikkeling wordt bedreigd indien het gezag bij de vader blijft en dat beëindiging van het gezag noodzakelijk is voor haar welzijn en stabiliteit. De inmenging in het familie- en gezinsleven is gerechtvaardigd en proportioneel. De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarbij de vader wel een rol van betekenis kan blijven spelen in het leven van zijn dochter, met uitbreiding van omgang na zijn detentie.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beëindiging van het eenhoofdig gezag van de vader en benoemt de gecertificeerde instelling tot voogd over de minderjarige.