ECLI:NL:GHAMS:2024:791

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
23-002264-23
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging vonnis winkeldiefstal met wijziging strafoplegging in hoger beroep

In deze zaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de politierechter van 20 juli 2023 in hoger beroep behandeld. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken wegens twee gevallen van winkeldiefstal. Het hof heeft het vonnis in hoger beroep bevestigd wat betreft de bewezenverklaring van de feiten.

De strafoplegging is echter gewijzigd. De politierechter legde een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op, maar het hof acht een voorwaardelijke gevangenisstraf van tien dagen met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. Dit vanwege de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn gepleegd en de persoon van de verdachte.

Het hof benadrukt dat winkeldiefstal niet alleen financiële schade veroorzaakt, maar ook hinder en ergernis bij de benadeelden. De verdachte toonde geen respect voor eigendomsrechten. De voorwaardelijke straf moet de verdachte ontmoedigen om opnieuw strafbare feiten te plegen.

De uitspraak is gedaan na behandeling van het hoger beroep en met inachtneming van de vorderingen van de advocaat-generaal en de verdediging. Het vonnis is vernietigd voor zover het de strafoplegging betreft en in die zin opnieuw vastgesteld. Tevens zijn eerdere strafbeschikkingen vernietigd.

Het arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het Gerechtshof Amsterdam op 26 maart 2024.

Uitkomst: De verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 10 dagen met een proeftijd van 2 jaar.

Uitspraak

afdeling strafrecht
parketnummer: 23-002264-23
datum uitspraak: 26 maart 2024
TEGENSPRAAK (gemachtigd raadsman)
Verkort arrest van het gerechtshof Amsterdam gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Noord-Holland van 20 juli 2023 in de gevoegde strafzaken onder de parketnummers 15-131421-22 en 15-114381-23 tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] ,
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

Onderzoek van de zaak

Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep van 12 maart 2024 en, overeenkomstig het bepaalde bij artikel 422, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering, naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting in eerste aanleg.
De verdachte heeft hoger beroep ingesteld tegen voormeld vonnis.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen de raadsman naar voren heeft gebracht.

Vonnis waarvan beroep

Het hof verenigt zich met het vonnis waarvan beroep en zal dit derhalve bevestigen, behalve ten aanzien van de strafoplegging – in zoverre zal het vonnis worden vernietigd – en met dien verstande dat het hof de bewijsmiddelen na het eventueel instellen van beroep in cassatie uitwerkt in de op te maken aanvulling op dit arrest en aan de toepasselijke wettelijke voorschriften artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht toevoegt.

Oplegging van straf

De politierechter heeft de verdachte voor het in eerste aanleg bewezenverklaarde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 weken.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat de verdachte voor het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 10 dagen met een proeftijd van 2 jaren.
Het hof heeft in hoger beroep de op te leggen straf bepaald op grond van de ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gelet op de persoon van de verdachte. Het hof heeft daarbij in het bijzonder het volgende in beschouwing genomen.
De verdachte heeft zich tweemaal schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Winkeldiefstallen veroorzaken doorgaans naast financiële schade ook hinder en ergernis voor de benadeelden. Door aldus te handelen heeft de verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendomsrechten van een ander. Teneinde de verdachte ervan te doordringen niet nogmaals strafbare feiten te plegen acht het hof een voorwaardelijke gevangenisstraf zoals gevorderd door de advocaat-generaal passend en geboden.

Toepasselijke wettelijke voorschriften

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep ten aanzien van de strafoplegging en doet in zoverre opnieuw recht.
Vernietigt de eerder uitgevaardigde strafbeschikking(en) onder CJIB [nummer] .
Veroordeelt de verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
10 (tien) dagen.
Bepaalt dat de gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van een proeftijd van
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
Bevestigt het vonnis waarvan beroep voor het overige, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Dit arrest is gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Amsterdam, waarin zitting hadden mr. M.L.M. van der Voet, mr. T. de Bont en mr. D.A.C. Koster, in tegenwoordigheid van mr. S. Maerman, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van dit gerechtshof van 26 maart 2024.