In de zaak tegen verdachte, die werd verdacht van medeplegen van moord en medeplichtigheid aan een dodelijk schietincident in Amsterdam-Oost in de nacht van 17 op 18 november 2020, heeft het gerechtshof Amsterdam het vonnis van de rechtbank bevestigd met een andere motivering van de vrijspraak.
De verdachte werd ervan verdacht betrokken te zijn bij het zoeken, vervoeren en leveren van een vuurwapen en het medeplegen van de moord op het slachtoffer. Het bewijs bestond uit DNA-sporen in een vluchtauto, berichten in een Snapchatgroep en getuigenverklaringen. De advocaat-generaal voerde aan dat verdachte de derde persoon in de vluchtauto was en medepleger van de moord.
Het hof oordeelde echter dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte daadwerkelijk aanwezig was bij het schietincident of betrokken was bij de levering van het vuurwapen. De DNA-sporen konden verklaard worden door het contact tussen verdachten, en de berichten in de groepschat boden geen sluitend bewijs. Geen enkele getuige bevestigde de aanwezigheid van verdachte op de plaats delict.
Daarnaast vernietigde het hof het vonnis voor wat betreft de inbeslaggenomen Samsung-telefoon en besloot deze aan verdachte terug te geven, omdat er geen wettelijke grondslag was voor onttrekking aan het verkeer.