ECLI:NL:GHAMS:2024:814
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis schorsing executie en opheffing beslag auto in kort geding
In deze civiele zaak staat de vraag centraal of het beslag op een auto terecht is gelegd en uitgevoerd. De voorzieningenrechter had het beslag geschorst en opgeheven en appellante veroordeeld tot terugbetaling van door geïntimeerde 1 betaalde bedragen aan de deurwaarder. Appellante ging in hoger beroep tegen dit vonnis.
Het hof stelt vast dat geïntimeerde 1 de eigendom van de auto voldoende heeft onderbouwd, onder meer met een koopovereenkomst en eerdere betalingen aan de deurwaarder, waardoor appellante al sinds 3 januari 2023 bekend was met het eigendom van geïntimeerde 1. De grieven van appellante dat de dagvaarding niet tijdig was betekend en dat de executie al was geannuleerd, worden verworpen wegens gebrek aan bewijs en belang.
Ook het beroep op onverschuldigde betaling faalt, omdat de betalingen door geïntimeerde 1 niet voor de schuldenaar (geïntimeerde 2) waren gedaan, maar voor haarzelf, wat appellante had moeten begrijpen. Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellante in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter en veroordeelt appellante tot terugbetaling van € 3.800 en in de kosten van het hoger beroep.