ECLI:NL:GHAMS:2024:922
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over uithuisplaatsing kinderen bij oom vanwege zorgen opvoedsituatie
De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen bij hun oom vanwege zorgen over de opvoedsituatie, met name gerelateerd aan alcoholgebruik, depressieve klachten en huiselijk geweld bij de ouders. De kinderen waren reeds uit huis geplaatst bij de vader zonder gezag, maar de GI vond dat de vader doordeweeks onvoldoende verzorging bood en het patroon van onveiligheid niet doorbroken werd.
De kinderrechter wees het verzoek van de GI af, waarna de GI in hoger beroep ging. Het hof overwoog dat hoewel er zorgen zijn, de moeder positieve ontwikkelingen doormaakt, waaronder abstinentie en begeleiding, en dat er zicht is op hulpverlening bij de vader. Ook is er een Eigen Kracht Conferentie (EKC) geweest met afspraken over de zorg voor de kinderen.
Het hof achtte geen sprake van acute onveiligheid die een uithuisplaatsing bij de oom noodzakelijk maakt. Daarnaast zou een plaatsing bij de oom een schoolwisseling betekenen en is onvoldoende duidelijk of de oom de rol van hoofdopvoeder kan vervullen. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de kinderrechter en benadrukte het belang van het nakomen van afspraken en een betere samenwerking tussen de vader en de GI.
De vader had subsidiair verzocht om verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing bij hem, maar het hof oordeelde dat dit verzoek niet ontvankelijk was. De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de kinderrechter en wijst het verzoek tot uithuisplaatsing bij de oom af wegens het ontbreken van acute onveiligheid.