ECLI:NL:GHAMS:2024:937
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot voeging medewerkers in mondkapjesdealzaak
Deze zaak betreft een incident in hoger beroep over de voeging van medewerkers aan de zijde van Stichting Hulptroepen Alliantie (SHA) en Hulptroepen Alliantie B.V. (HABV) in een hoofdzaak tegen voormalig bestuurders van SHA en HABV. SHA en HABV waren betrokken bij de zogenoemde mondkapjesdeal tijdens de coronacrisis, waarbij RGA, een aan de bestuurders gelieerde entiteit, aanzienlijke winst behaalde.
De medewerkers, die werkzaamheden verrichtten voor SHA en HABV, vorderden in eerste aanleg te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van SHA c.s. De rechtbank wees deze vordering af. In hoger beroep stelde het hof vast dat de medewerkers voldoende belang hebben bij voeging vanwege de nadelige gevolgen die een uitspraak in de hoofdzaak voor hen kan hebben, mede door hun aanspraken op nakoming van non-profit afspraken en hun zelfstandige vorderingen wegens onrechtmatige daad.
Het hof oordeelde dat de voeging niet in strijd is met de goede procesorde, ondanks mogelijke vertragingen, en dat de medewerkers een bijdrage kunnen leveren aan de feitenvaststelling. Het bestreden vonnis wordt vernietigd voor zover het de voeging afwees en de medewerkers veroordeelde in proceskosten. De medewerkers worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van SHA c.s. en [geïntimeerde 4] en [geïntimeerde 5] worden hoofdelijk veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De medewerkers worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van SHA c.s. en de vordering tot voeging wordt toegewezen.