Uitspraak
Onderzoek van de zaak
Tenlastelegging
Vonnis waarvan beroep
Bewijsoverweging
Bewezenverklaring
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf en maatregel
Betrokkene wordt door onderzoekers gediagnosticeerd met een ernstige stoornis in het gebruik van stimulantia (amfetamines, designer drugs en MDMA), een stoornis in het gebruik van cannabis, matig van ernst en een stoornis in het gebruik van alcohol, ernstig.
Ten tijde van de ten laste gelegde feiten was de persoonlijkheidsstoornis met borderline, antisociale en narcistische trekken aanwezig. Hetzelfde geldt voor de stoornissen in het gebruik van stimulantia (ernstig), cannabis (matig van ernst) en alcohol (ernstig).
Middels onderhavig onderzoek kan niet worden vastgesteld of de persoonlijkheidsstoornis van invloed is geweest op het plegen van de ten laste gelegde feiten. Het risico op herhaling van gelijksoortig ernstig geweld valt daarom vanuit zijn persoonlijkheidsstoornis niet te voorspellen. Bij betrokkene is wel sprake van een algemeen agressieprobleem en antisociale gedragingen in de voorgeschiedenis. Verder is sprake geweest van traumatische ervaringen en langdurige periodes van emotionele verwaarlozing in de kindertijd. Betrokkene heeft gewelddadige opvattingen en zijn respons op behandeling en toezicht is minimaal. Ook op de klinische items scoort hij op nagenoeg alle items, waaronder beperkt inzicht in zowel de stoornis als het risico van gewelddadig gedrag. Betrokkene geeft nog immer blijk van gewelddadige opvattingen. Hij heeft tijdens verblijf in detentie symptomen die wijzen in de richting van een stemmingsstoornis. Er is sprake van cognitieve, affectieve en gedragsmatige instabiliteit. Het risico op toekomstig geweld (in algemene zin) is op basis van de HCR-20V3 hoog. Omdat het niet mogelijk is een verband te leggen tussen betrokkenes psychische stoornissen en het ten laste gelegde en er vanuit gedragskundig oogpunt geen uitspraak is te doen over de kans op recidive van een soortgelijke feit, onthouden ondergetekenden zich van een eventueel advies in een strafrechtelijk kader.
Vorderingen van de benadeelde partijen
zelfheeft geleden. Wat betreft deze posten wijst het hof erop dat artikel 51f, eerste en tweede lid, Sv limitatief bepaalt welke schade voor vergoeding in aanmerking kan komen. Artikel 51f lid 2 Sv biedt geen recht op vergoeding van door de benadeelde partij zelf geleden schade. Voor zover de schade gegrond is op artikel 51f lid 1 Sv merkt het hof op dat het eerste lid zich tot het primaire, en enkel in geval van schokschade tot het secundaire slachtoffer richt, zodat ook dit artikel geen grond biedt voor vergoeding van deze schade. Voor zover de gemachtigde heeft bedoeld te stellen dat de materiële schade (deels) beschouwd moet worden als schade welke is ontstaan ten gevolge van de schok, is over het rechtstreekse verband onvoldoende aangevoerd en komen vast te staan. Een nadere onderbouwing daarvan zou er toe leiden dat het strafgeding onevenredig wordt belast. Het hof zal de vordering ten aanzien van deze posten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
zelf(vgl. hetgeen ten aanzien van de posten 2 t/m 7 is overwogen).
€ 20.000,00worden toegewezen. Het overige zal worden afgewezen.
€ 10.000,00redelijk en billijk.
€ 35.000,00,waarvan
€ 30.000,00aan immateriële schade.
zelfheeft geleden. Wat betreft deze posten wijst het hof erop dat artikel 51f, eerste en tweede lid, Sv limitatief bepaalt welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Artikel 51f lid 2 Sv biedt geen recht op vergoeding van door de benadeelde partij zelf geleden schade. Voor zover de schade gegrond is op artikel 51 f lid 1 Sv merkt het hof op dat het eerste lid zich tot het primaire en enkel in geval van schokschade tot het secundaire slachtoffer richt, zodat ook dit artikel geen grond biedt voor vergoeding van deze schade. Voor zover de gemachtigde heeft bedoeld te stellen dat de materiële schade beschouwd moet worden als schade welke is ontstaan ten gevolge van de schok, is over het rechtstreekse verband onvoldoende aangevoerd en komen vast te staan. Een nadere onderbouwing daarvan zou er toe leiden dat het strafgeding onevenredig wordt belast. Het hof zal vordering ten aanzien van deze posten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
€ 17.500,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.
€ 8.000,00redelijk en billijk.
€ 25.500,00aan immateriële schade
.
zelfis geleden. Wat betreft deze posten wijst het hof erop dat artikel 51f, eerste en tweede lid, Sv limitatief bepaalt welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Artikel 51f lid 2 Sv biedt geen recht op vergoeding van door de benadeelde partij zelf geleden schade. Voor zover de schade gegrond is op artikel 51 f lid 1 Sv merkt het hof op dat het eerste lid zich tot het primaire en enkel in geval van schokschade tot het secundaire slachtoffer richt, zodat ook dit artikel geen grond biedt voor vergoeding van deze schade. Voor zover de gemachtigde heeft bedoeld te stellen dat de materiële schade beschouwd moet worden als schade welke is ontstaan ten gevolge van de schok, is over het rechtstreekse verband onvoldoende aangevoerd en komen vast te staan. Een nadere onderbouwing daarvan zou er toe leiden dat het strafgeding onevenredig wordt belast. Het hof zal vordering ten aanzien van deze posten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
€ 17.500,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.
geenDSM-V-Classificatie gesteld. Gezien de aard en ernst van de ervaren klachten en de voorgeschiedenis van de benadeelde partij is haar geadviseerd om voor nadere diagnostiek en verdere behandeling een verwijzing te vragen aan de huisarts voor de specialistische GGZ. Nadere diagnostiek en behandeling hebben – kennelijk – niet plaatsgevonden.
€ 17.500,00aan immateriële schade.
zelfis geleden. Wat betreft deze post wijst het hof erop dat artikel 51f, eerste en tweede lid, Sv limitatief bepaalt welke schade voor vergoeding in aanmerking komt. Artikel 51f lid 2 Sv biedt geen recht op vergoeding van door de benadeelde partij zelf geleden schade. Voor zover de schade gegrond is op artikel 51 f lid 1 Sv merkt het hof op dat het eerste lid zich tot het primaire en enkel in geval van schokschade tot het secundaire slachtoffer richt, zodat ook dit artikel geen grond biedt voor vergoeding van deze schade. Voor zover de gemachtigde heeft bedoeld te stellen dat de materiële schade beschouwd moet worden als schade welke is ontstaan ten gevolge van de schok, is over het rechtstreekse verband onvoldoende aangevoerd en komen vast te staan. Een nadere onderbouwing daarvan zou er toe leiden dat het strafgeding onevenredig wordt belast. Het hof zal vordering ten aanzien van deze posten dan ook niet-ontvankelijk verklaren.
€ 17.500,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.
vermoedenvan trauma- en stressgerelateerde stoornissen, maar onvoldoende is gebleken dat de benadeelde een vervolgtraject is gestart bij een psycholoog en tot welke bevindingen dat eventuele traject heeft geleid. Nader onderzoek hiernaar zou een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren als bedoeld in artikel 361 Sv Pro. De benadeelde partij is daardoor niet ontvankelijk in de vordering tot schokschade. De benadeelde partij kan zijn vordering nog wel bij de burgerlijk rechter aanbrengen.
€ 17.500,00,aan immateriële schade
.
1 januari 2021verhoogd naar € 107,15 per maand. Nu verder niet is gebleken dat door het slachtoffer om herziening van voornoemde bijdrage is gevraagd in verband met bijvoorbeeld veranderingen in zijn draagkracht, gaat het hof bij het bepalen van de hoogte van de schade uit van dit bedrag. Door de benadeelde partij is gesteld dat de nog verplichte alimentatieduur 104 maanden betreft, zijnde het aantal maanden tussen het overlijden van [slachtoffer] en het moment waarop de benadeelde partij 21 jaar oud zal worden. Dit is niet betwist. Het hof zal bij het berekenen van het gederfde levensonderhoud van deze periode uitgaan. Gelet op het vorenoverwogene zal de vordering met betrekking tot het gederfde levensonderhoud worden toegewezen tot een bedrag van € 11.143,60. Het hof ziet geen aanleiding dit bedrag te matigen.
€ 20.000,00. Dit bedrag zal worden toegewezen.
€ 250.000,00. Daarbij heeft het hof in het bijzonder gelet op:
€ 250.000,00. Daarbij heeft het hof in het bijzonder is gelet op:
€ 5.000,00.
Toepasselijke wettelijke voorschriften
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
14 (veertien) jaren.
ter beschikking wordt gestelden beveelt dat hij van overheidswege zal worden verpleegd.
€ 35.000,00 (vijfendertigduizend euro)bestaande uit
€ 5.000,00 (vijfduizend euro)materiële schade en
€ 30.000,00 (dertigduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 52.000,00 (tweeënvijftigduizend euro)bestaande uit
€ 2.000,00 (tweeduizend euro)materiële schade en
€ 50.000,00 (vijftigduizend euro)immateriële schade af.
€ 25.500,00 (vijfentwintigduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 17.500,00 (zeventienduizend vijfhonderd euro)ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 31.143,60 (eenendertigduizend honderddrieënveertig euro en zestig cent)bestaande uit
€ 11.143,60 (elfduizend honderddrieënveertig euro en zestig cent)materiële schade en
€ 20.000,00 (twintigduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 255.256,91 (tweehonderdvijfenvijftigduizend tweehonderdzesenvijftig euro en eenennegentig cent)bestaande uit
€ 5.256,91 (vijfduizend tweehonderdzesenvijftig euro en eenennegentig cent)materiële schade en
€ 250.000,00 (tweehonderdvijftigduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 258.982,00 (tweehonderdachtenvijftigduizend negenhonderdtweeëntachtig euro)bestaande uit
€ 8.982,00 (achtduizend negenhonderdtweeëntachtig euro)materiële schade en
€ 250.000,00 (tweehonderdvijftigduizend euro)immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening.