ECLI:NL:GHAMS:2024:964
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toelating bewijslevering over dwaling bij erkenning kind
De man is in hoger beroep gekomen tegen de afwijzing van zijn verzoek tot vernietiging van de erkenning van het kind [minderjarige 1], omdat hij niet de biologische vader is. Hij stelt dat hij door dwaling tot erkenning is bewogen, omdat de moeder hem had verzekerd dat hij de vader was en hij pas na een DNA-test ontdekte dat dit niet zo was.
De moeder betwist dit en stelt dat de man vanaf het begin op de hoogte was van haar seksuele contacten met andere mannen en dat hij uit vrije wil de erkenning deed. Het hof constateert dat partijen over de feiten verschillen en dat de man bewijs mag leveren dat de erkenning onder invloed van bedrog of dwaling tot stand is gekomen.
Het hof wijst een getuigenverhoor toe waarbij onder meer de pastoor en een vriend van de man als getuigen worden opgeroepen. De advocaat van de man moet de adressen van deze getuigen binnen veertien dagen aan de griffier doorgeven. De verdere beslissing wordt aangehouden totdat het bewijs is geleverd.
Uitkomst: Het hof staat bewijslevering toe over dwaling of bedrog bij erkenning en wijst getuigenverhoor toe, waarna verdere beslissing wordt aangehouden.