ECLI:NL:GHAMS:2024:965
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging machtiging tot uithuisplaatsing kinderen bij familie in ondertoezichtstelling
De zaak betreft een hoger beroep van de moeder tegen een beschikking van de kinderrechter die een machtiging tot uithuisplaatsing van haar kinderen bij familie heeft verleend. De kinderen staan sinds 2015 onder toezicht van de gecertificeerde instelling (GI) en verblijven bij de tante en oma. De moeder betwist de rechtmatigheid van de machtiging en stelt dat de kinderen veilig bij haar kunnen wonen.
De GI en de raad voor de kinderbescherming wijzen op aanhoudende zorgen over de psychische gesteldheid van de moeder, haar omgang met de ex-partner en het onveilige opvoedklimaat. Ondanks eerdere positieve signalen bleken er nieuwe Veilig Thuis-meldingen en veiligheidsproblemen, waardoor terugplaatsing niet verantwoord wordt geacht.
Het hof overweegt dat op grond van artikel 1:265a BW een machtiging tot uithuisplaatsing vereist is bij ondertoezichtstelling en verblijf bij niet-gezaghebbende personen. De vrijwillige plaatsing bij familie is in dit geval niet toegestaan. Gezien de omstandigheden en het belang van de kinderen bekrachtigt het hof de bestreden beschikking en handhaaft de machtiging tot uithuisplaatsing.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de machtiging tot uithuisplaatsing van de kinderen bij familie wegens noodzaak en veiligheid.