ECLI:NL:GHAMS:2025:1017
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in belang van verzorging en opvoeding
De zaak betreft de verlenging van de uithuisplaatsing van een negenjarige minderjarige, die sinds januari 2024 uit huis is geplaatst en sinds de zomervakantie 2024 verblijft bij een pleegmoeder. De moeder en vader zijn het niet eens met de verlenging, terwijl de gecertificeerde instelling (GI) dit wel ondersteunt. De moeder betwist de noodzaak van de uithuisplaatsing en verzoekt tevens om een raadsonderzoek naar het beste perspectief voor het kind.
Het hof heeft de feiten en omstandigheden zorgvuldig gewogen, waaronder eerdere uithuisplaatsingen, meldingen van huiselijk geweld, de problematiek rond de beschikbaarheid en opvoedvaardigheden van de ouders, en de traumatische ervaringen van de minderjarige. De pleegmoeder en zus bevestigen de noodzaak van een veilige en traumasensitieve omgeving.
Het hof concludeert dat de gronden voor uithuisplaatsing nog steeds aanwezig zijn en dat de machtiging verlengd moet worden. Het verzoek om een raadsonderzoek wordt afgewezen omdat het hof zich voldoende voorgelicht acht. De belangen van het kind en haar ontwikkeling wegen zwaarder dan de rechten van de ouders in deze situatie.
De beschikking van de rechtbank Amsterdam wordt bekrachtigd en het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en wijst het verzoek van de moeder tot beëindiging en raadsonderzoek af.