ECLI:NL:GHAMS:2025:1019
Gerechtshof Amsterdam
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep kinderalimentatie na betwisting verwekkerschap en draagkrachtbepaling
In deze zaak staat de vaststelling van kinderalimentatie centraal, waarbij de man betwist de verwekker te zijn van het kind. Het hof heeft een deskundigenonderzoek bevolen, maar de man weigerde daaraan mee te werken. Het hof trok hieruit de conclusie dat de man de verwekker is en onderhoudsplichtig jegens het kind.
De behoefte van het kind werd vastgesteld op basis van het inkomen van de moeder, aangezien de man geen contact had en niet bijdroeg aan het leven van het kind. De behoefte werd berekend op € 225,- per maand in 2022, geïndexeerd naar € 247,- in 2024. De ingangsdatum van de alimentatie werd vastgesteld op 24 juli 2024, de datum van indiening van het appelschrift door de man.
De draagkracht van de man werd vastgesteld op € 416,- per maand, rekening houdend met een woonlast van € 200,- per maand en zonder aftrek van niet-onderbouwde schulden. De draagkracht van de moeder werd vastgesteld op minimaal € 25,- per maand. Op basis hiervan werd de bijdrage van de man aan de behoefte van het kind vastgesteld op € 233,- per maand.
Het hof vernietigde de eerdere beschikking en bepaalde de alimentatiecontributie met ingang van 24 juli 2024 op € 233,- per maand, uitvoerbaar bij voorraad. Een terugbetalingsverplichting werd afgewezen omdat de man tot dan toe niets had betaald en de moeder geen financieel nadeel leed door de verlaging met terugwerkende kracht.
Uitkomst: De man moet vanaf 24 juli 2024 maandelijks € 233,- kinderalimentatie betalen voor het kind.